Naar hoofdinhoud
1.. Indien een belanghebbende de verplichting op grond van artikel 17 van de WWB, artikel 13 van de IOAW of artikel 13 van de IOAZ niet is nagekomen door informatie die van belang is voor de verlening van een uitkering dan wel de voortzetting daarvan niet binnen de door het college daartoe gestelde termijn te verstrekken, doch pas tijdens de hersteltermijn, wordt met toepassing van artikel 54 van de WWB, artikel 17 van de IOAW of artikel 17 van de IOAZ een maatregel opgelegd van 5% van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag gedurende een maand, onverminderd het gestelde in artikel 2, tweede lid van deze verordening. 2.. De duur van de maatregel, als bedoeld in het eerste lid, wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van het besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 3, tweede lid van deze verordening. Artikel 14, vierde lid van deze verordening is van overeenkomstige toepassing. 3.. Van het opleggen van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt afgezien en wordt volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing indien de informatie alsnog tijdens de hersteltermijn wordt verstrekt, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van 12 maanden te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel