Naar hoofdinhoud
1.. Het college legt een maatregel op indien: a. de belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de WWB; b. de belanghebbende de verplichtingen voortvloeiende uit de WWB, IOAW of IOAZ dan wel artikel 30c tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen. 2.. De maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel