Grondexploitatiewet
Per 1-7-2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Afdeling 6.4 van deze wet (ook wel de grondexploitatiewet genoemd) bevat regels voor het kostenverhaalinstrumentarium van gemeenten. Centraal staat het nieuwe instrument exploitatieplan waarmee beoogd wordt de positie van gemeente te versterken bij ruimtelijke ontwikkelingen en een duidelijke juridische basis te geven om kosten te verhalen bij particuliere exploitanten. Binnen de grondexploitatiewet is het kostenverhaal opgesplitst in twee sporen, te weten het privaatrechtelijk spoor en het publiekrechtelijk spoor. In het privaatrechtelijke of anterieure spoor kan voor vaststelling van het bestemmingsplan het kostenverhaal door een gemeente worden geregeld via een exploitatieovereenkomst. In deze fase bestaat voor gemeentes veel vrijheid om binnen de kaders van staatsteun, rechtmatige betaling en behoorlijk bestuur, afspraken te maken met marktpartijen over de kosten en opbrengsten van een grondexploitatie. Hier vallen ook kosten voor bovenwijkse voorzieningen of ruimtelijke investeringen onder. Indien gemeente en marktpartijen onderling geen afspraken maken in de anterieure fase en kostenverhaal dus niet verzekerd is door middel van een privaatrechtelijke overeenkomst, dient de gemeente een exploitatieplan op te stellen. Het exploitatieplan is een publiekrechtelijk instrument om de kosten van ontwikkeling en aanleg van een plan te kunnen verhalen bij gebate grondexploitanten. Een exploitatieplan zal tegelijk met een bestemmingsplan worden vastgesteld. Dit is het moment dat de posterieure fase start. Marktpartijen dienen dan conform het door de gemeente opgestelde exploitatieplan een exploitatiebijdrage te betalen om een bouwvergunning te verkrijgen. Niet alle kosten kunnen echter via het exploitatieplan worden verhaald. De kosten die wel kunnen worden verhaald zijn opgenomen in een limitatieve kostensoortenlijst (art. 6.2.4 Bro). Kosten voor de aanleg van (bovenwijkse) voorzieningen behoren wel tot de verhaalbare kosten via het exploitatieplan en kosten van ruimtelijke investeringen niet. In art 6.2.5 Bro is opgesomd welke kosten aangemerkt worden als voorziening (bijlage A). Om de kosten van de kostensoortenlijst via het exploitatieplan te kunnen verhalen, moet voldaan worden aan drie criteria, te weten: Profijt
Het ontwikkelingsplan cq. grondexploitatie dient nut te ondervinden van de aan te leggen voorzieningen en maatregelen. Toerekenbaarheid
Er bestaat (in zekere mate) een causaal verband tussen de kosten en het ontwikkelingsplan.
De kosten zouden niet gemaakt zijn zonder het plan, of de kosten worden mede gemaakt ten behoeve van het plan. Proportionaliteit
Als meerdere locaties profijt hebben van de voorziening, worden de kosten naar rato verdeeld. Naarmate een locatie meer profijt heeft draagt deze ook meer bij aan de kosten. Voor kostenverhaal van bovenwijkse voorzieningen via het exploitatieplan betekent dit dat investeringen onderbouwd dienen te worden met bovenstaande criteria. De bewijslast ligt bij de gemeente, dus beleid en onderbouwing is noodzakelijk. Deze nota dient als onderbouwing voor kostenverhaal van bovenwijkse voorzieningen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Nieuwe Wet ruimtelijke ordening; grondexploitatiewet
Onderdeel van Nota Bovenwijkse Voorzieningen 2010