Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.3.1

Plan van aanpak

Onderdeel van Ziekteverzuimbeleid gemeente Geertruidenberg

Als de Arbodienst van mening is dat er sprake is van langdurig verzuim (langer dan zes weken), dient de werkgever een plan van aanpak op te stellen. Dit plan van aanpak moet ook worden gemaakt als de medewerker al zes weken ziek is en de arbodienst toch nog niet kan vaststellen of het ziekteverzuim lang gaat duren. Het plan van aanpak moet binnen acht weken - in overleg met de medewerker - worden opgesteld. In het plan van aanpak wordt beschreven wat er allemaal ondernomen moet worden om de medewerker weer in het arbeidsproces op te nemen. Naast de activiteiten die door de werkgever of de medewerker moeten worden ondernomen, wordt in het plan van aanpak een aantal randvoorwaarden vastgelegd: > Afspraken over de frequentie van het contact (de zogenaamde evaluatiemomenten) tussen de werkgever en de zieke medewerker.> Afspraken over het contact tussen de zieke werknemer en de arbodienst. Wie neemt de rol van casemanager op zich (de arbo-arts, een medewerker van het reïntegratiebedrijf, iemand van Personeelszaken of de leidinggevende) Het plan van aanpak dient schriftelijk te worden vastgelegd. De medewerker en de arbodienst krijgen een kopie van het plan.

Rechtspraak bij dit artikel