**1.** Hoofdstuk 3 APV WinschotenZoals in de inleiding is opgemerkt, is nadere regelgeving in de Algemene Plaatselijke Verordening Winschoten vereist, aangezien anders de wettelijke grondslag ontbreekt om een adequaat prostitutiebeleid te kunnen uitvoeren. Hiertoe is het bestaande hoofdstuk 3 (seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.) vervangen door het nieuwe hoofdstuk 3 van de modelverordening van de VNG.In dit hoofdstuk is geregeld dat er een vergunningenstelsel in het leven kan worden geroepen en aan welke criteria seksinrichtingen dienen te voldoen.Door het van kracht worden van het nieuwe hoofdstuk 3 APV Winschoten wordt straatprostitutie overigens expliciet verboden.
**2.** Besluit “Nadere regels prostitutiebedrijven”Artikel 3.1.3 van het nieuwe hoofdstuk 3 van de APV Winschoten geeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om nadere regels te stellen t.a.v. lokale prostitutie. Van deze bevoegdheid kan gebruik worden gemaakt door middel van een collegebesluit, geheten “Nadere regels Prostitutiebedrijven”.
De Bouwverordening geeft regels voor hygiëne en brandveiligheid. Voor nieuwbouw of verbouw van panden tot een prostitutiebedrijf is - in principe - een bouwvergunning vereist. Ten aanzien van de inrichting van gebouwen en de constructie van bouwwerken, alle bestemd voor prostitutie, kunnen voorschriften worden opgelegd. Het gaat hierbij om voorschriften betreffende de toetreding van daglicht, ventilatie, geluidswering, sanitair, brandveiligheidseisen en wat dies meer zij.Onverminderd het bepaalde in het Bouwbesluit en in de Winschoter Bouwverordening worden de inrichtingseisen die betrekking hebben op de arbeidsomstandigheden van de prostitué(e) opgenomen in het collegebesluit “Nadere regels Prostitutiebedrijven” – dit, om zo een wettelijke grondslag te creëren op grond waarvan deze nadere eisen überhaupt gesteld kúnnen worden.Deze nadere regels kunnen worden opgenomen als voorwaarden die onderdeel uitmaken van de vergunning: een aparte geschiktheidsvergunning -zoals de gemeente Groningen dit doet of gaat doen- is minder aangewezen, omdat het in de Winschoter situatie uiteindelijk gaat om slechts twee seksinrichtingen, zodat een dergelijk instrument te zwaar of anders gezegd, disproportioneel is.Daarnaast dienen in de vergunning als ook in het collegebesluit “Nadere regels prostitutiebedrijven” regels te worden opgenomen omtrent de bedrijfsvoering.Hiermee wordt bedoeld dat de in het prostitutiebedrijf werkzame prostitué(e)s geheel zelfstandig en vrijwillig kunnen werken, zonder dat hij of zij gedwongen wordt tot onveilige seks of het meedrinken van alcoholische dranken met de klant. Als vergunninghouders belang hebben bij het exploiteren van een legaal prostitutiebedrijf, zullen zij de aansprakelijkheid voor de bedrijfsvoering moeten aanvaarden. Verder worden er in het besluit “Nadere regels prostitutiebedrijven” regels gesteld t.a.v. de bscherming van de gezondheid van prostitué(e)s en de volksgezondheid. Deze eisen zijn van belang ten behoeve van de soa-preventie (soa staat voor: seksueel overdraagbare aandoeningen). Zo zullen de exploitanten een “veilig seks beleid” moeten voeren. Men zal niet alleen moeten openstaan voor GGD-voorlichting op het vlak van soa-preventie, maar bovendien moeten bevorderen dat prostitué(e)s zich periodiek op soa laten onderzoeken. Overigens zal duidelijk zijn dat van enige dwang op dit punt geen sprake kan zijn.
**3.** Wijziging van de legesverordeningVoor de afgifte van vergunningen voor het exploiteren van seksinrichtingen kunnen leges worden gevraagd. Om dit mogelijk te maken, is de legesverordening gewijzigd.