Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 16

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad

Aanwezige burgers kunnen alleen het woord voeren over ter bespreking op de agenda opgenomen onderwerpen. Het inspreken geschiedt voorafgaand aan de beraadslaging over het onderwerp. Voor de insprekers wordt gezamenlijk maximaal dertig minuten gereserveerd. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen of voordrachten of aanbevelingen van personen; indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. als de verzoeker over hetzelfde onderwerp al in de vergadering van één van de commissies het woord heeft gevoerd. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor 12.00 uur op de dag van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. Insprekers kunnen slechts één keer over een onderwerp inspreken. Als een inspreker in de vergadering van de raadscommissie c.q. raadsvergadering inspreekt, is het niet mogelijk dat dezelfde inspreker over datzelfde onderwerp inspreekt tijdens de raadsvergadering c.q. raadscommissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel