- - De verlaging als bedoeld in artikel 29 van de WWB bedraagt:
- - 20 procent van de gezinsnorm indien het een uitkeringsgerechtigde van 21 jaar betreft
b. 10 procent van de gezinsnorm indien het een uitkeringsgerechtigde van 22 jaar betreft.
2.In afwijking van lid 1 wordt de verlaging vastgesteld op de hoogte van de op grond van artikel 5 toegekende toeslag, indien deze toeslag minder bedraagt dan de verlaging waartoe toepassing van lid 1 zou leiden.