1.Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
laten verblijven of te
laten lopen op een openbare plaats of op het terrein van een
ander:
a.anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of de
houder heeft
bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een
aanlijngebod in
verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;
b.anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het
college aan de
eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond
gevaarlijk of hinderlijk
acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het gedrag van
die hond
noodzakelijk vindt.
2.In afwijking van artikel 2:67, eerste lid onder c, geldt voor het
bepaalde in het eerste
lid bovendien dat de hond voorzien moet zijn van een optisch
leesbaar, nietverwijderbaar
identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige
kunststof, of van stevig leer of van
beide stoffen, die door middel van een stevige leren riem rond de
hals zodanig is
aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet
mogelijk is en die
zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat
de afgesloten
ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat
geen scherpe
delen binnen de korf aanwezig zijn;
b.kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een
lengte, gemeten van
hand tot halsband, die niet langer is dan 1,50 meter.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 11.
Artikel 2:69
Gevaarlijke honden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2