**1..** De garantstelling dient tot zekerheidsstelling van de betaling van de rente en aflossing aan de geldverstrekker voor het geval dat de geldnemer in gebreke is gebleven.
**2..** De omvang van de garantstelling wordt, uitgaande van de economische levensduur, in duur beperkt tot maximaal tien jaar indien een roerende zaak onderwerp is van de overeenkomst tot geldlening en tot maximaal dertig jaar indien het onderwerp een onroerende zaak betreft.
**3..** De omvang van de verleende garantstelling is gelijk aan de restschuld die wordt bepaald op basis van een lineair aflossingsschema, ongeacht de door de geldverstrekker en geldnemer gekozen lening- en aflossingsvorm.