De ambtenaar die voor een herhalingsoefening in werkelijke militaire dienst is, geniet de aan zijn betrekking verbonden bezoldiging slechts voor zoveel deze meer bedraagt dan zijn militaire beloning. Het bepaalde in de leden 2, 4 en 5 van artikel 3:7:2:1 is van overeenkomstige toepassing.
Als herhalingsoefening wordt beschouwd de militaire dienst, die door de minister van Defensie als zodanig wordt aangemerkt.
Voor de toepassing of voortgezette toepassing van lid 1 worden met inachtneming van hetgeen daaromtrent is bepaald in de Kaderwet dienstplicht of in de Wet voor het reservepersoneel der krijgsmacht 1985 (Stb. 1985, 619) en onverminderd het bepaalde in artikel 8:15:2 met herhalingsoefeningen gelijkgesteld:
het in militaire dienst komen dan wel het in aansluiting aan een herhalingsoefening langer in militaire dienst blijven voor een onderzoek omtrent een strafbaar feit of een krijgstuchtelijk vergrijp waarvan de militair verdacht of beklaagd wordt;
het in militaire dienst komen dan wel het in aansluiting aan een herhalingsoefening langer in militaire dienst blijven ten einde rekening en verantwoording af te leggen van gevoerd beheer;
het in aansluiting aan een herhalingsoefening langer in militaire dienst blijven wegens:
ziekte;
het niet tijdig bereiken van de vereiste graad van geoefendheid als gevolg van ziekte;
het heersen of geheerst hebben van een besmettelijke ziekte;
het in militaire dienst komen om gehoord te worden omtrent een bij de Kroon of bij de minister van Defensie ingediend bezwaarschrift.