Op het algemeen beleidsuitgangspunt dat de vergunning slechts wordt verleend voor bepaalde duur behoeft geen uitzondering te worden gemaakt. Door de maximale looptijd van de in het concrete geval te verlenen vergunning te beperken tot een jaar, wordt bereikt dat de gemeente niet juridisch gebonden blijft aan het toestaan van activiteiten over een onoverzichtelijk lange periode, en daarmee beperkt wordt in de ontwikkeling van haar beleid. Door hierop expliciet te wijzen in de vergunning, wil de gemeente voorkomen dat via de werking van het vertrouwensbeginsel bij de vergunninghouder een gerechtvaardigde verwachting en daarmee een te honoreren vertrouwen ontstaat dat de vergunning telkens weer opnieuw en onder gelijke voorwaarden aan hem wordt verleend.
Een tweede voordeel van een vergunningverlening voor bepaalde tijd, is vooral van toepassing daar waar het informatiestandplaatsen betreft. Door deze periode in beginsel te beperken tot twee weken, kan worden voorkomen dat iemand voor altijd of zeer lange tijd een monopolie-positie verkrijgt ten aanzien van de door hem te verspreiden boodschap, hetgeen met name een bezwaar is in geval van ideële informatie. Van een beperking tot twee weken kan worden afgeweken indien geen andere aanvraag wordt ontvangen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1.2.
Looptijd van de vergunning
Onderdeel van Beleidsnota inzake het bijzonder gebruik van openbare ruimte