Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Doelstelling afschaffing bordeelverbod en reikwijdte (algemeen).

Onderdeel van Beleidsnota prostitutiebeleid

Door de gemeente Kerkrade zijn in het verleden ten aanzien van prostitutie meerdere beslisdocumenten vastgesteld, waarbij met name moet worden gedacht aan de beleidsnotitie “Prostitutie, een maatschappelijk verschijnsel ter discussie gesteld; aanzet voor een vernieuwd beleid” (1992) en lijst van bordelen ten aanzien waarvan in het verleden geen sluitingsmaatregelen aan de orde zijn geweest en die - mede in het verlengde daarvan - in principe betrokken kunnen worden in een beoordelingsproces van het uit te zetten legaliseringstraject (1998). Desondanks is het gemeentelijk beleid ten aanzien van seksinrichtingen of prostitutie in meer algemene zin tot nu toe fragmentarisch geweest. De APV, zoals deze op dit moment geldt, stelt regels voor bordelen etc. Deze regels zijn opgesteld om verstoring van de openbare orde (overlast) als gevolg van prostitutie of van andere seksinrichtingen te voorkomen. Het aantal prostitutiebedrijven in Kerkrade is in vergelijking met de overige gemeenten in de regio aan de hoge kant. Het verschijnsel straatprostitutie doet zich in de gemeente Kerkrade niet voor en is geconcentreerd op de door gemeente Heerlen aangelegde tippelzone. Uit de memorie van toelichting op het wetsvoorstel blijkt dat aan de opheffing van het algemeen bordeelverbod zes hoofddoelstellingen ten grondslag liggen: 1. Beheersing en regulering van exploitatie van prostitutie, onder andere door het invoeren van een gemeentelijk vergunningenbeleid; Het prostitutiewezen kan beter worden gestuurd en gereguleerd, waarbij de rijksoverheid er van uitgaat dat gemeenten op grote schaal tot invoering van een vergunningenstelsel zullen overgaan. 2. Verbetering van de bestrijding van exploitatie van onvrijwillige exploitatie/mensenhandel; Door strafbaarstelling van onvrijwillige prostitutie en het aanscherpen van reeds bestaande sancties kan strafrechtelijk effectiever worden opgetreden. 3. Bescherming van minderjarigen tegen seksueel misbruik; Afzonderlijke strafbaarstelling van het voordeel trekken uit seksuele handelingen van minderjarigen levert een bijdrage aan de bestrijding van seksueel misbruik van deze kwetsbare groep. 4. Bescherming van de positie van de prostituee; Door regulering van de exploitatie en het aanbrengen van een scheiding tussen verboden en niet-verboden vormen van die exploitatie zal verbetering optreden in de rechtspositie en de werkomstandigheden van de prostituee. 5. Ontvlechting van prostitutie en criminele randverschijnselen; 6. Terugdringing van de omvang van illegale prostitutie/prostitutie door personen zonder geldige verblijfstitel. De opheffing van het algemeen bordeelverbod brengt onderscheid teweeg tussen wel- en niet strafbare exploitatie van prostitutie. Doel daarvan is de exploitatie van overheidswege beter te kunnen sturen en reguleren, waarbij het beleid van gemeenten zal zich met name moeten richten op het beheersen, sturen en saneren van de prostitutiebranche, waarbij tevens aandacht dient te worden geschonken aan het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. Het doel is derhalve meerledig, nl. het beschermen van openbare orde en woon- en leefklimaat en in het verlengde daarvan het voorkomen van overlast, maar tevens het verbeteren van de positie van de prostituee in het bijzonder en de volksgezondheid in het algemeen. Volgens de Memorie van Toelichting zouden onderwerp van het gemeentelijk beleid kunnen zijn de vestiging van prostitutiebedrijven (aard, omvang en aantal), de (arbeids)omstandigheden in prostitutiebedrijven (inrichting, hygiëne en veiligheid) en de wijze van bedrijfsvoering (integriteit van prostituees, aanwezigheid van minderjarige en illegale prostituees). Overigens dienen exploitanten en prostituees zelf over de aard van hun onderlinge werkverhouding te beslissen, dit is volgens de Memorie van Toelichting geen taak voor de overheid.

Rechtspraak bij dit artikel