**1..** In dit artikel wordt verstaan onder werknemer: de belanghebbende van wie is vastgesteld dat hij naar redelijke verwachting in staat is om - ondersteund door aangeboden begeleiding en werkervaring - binnen een periode van anderhalf jaar een niveau van presteren te bereiken, zodanig dat de continuering van een dienstbetrekking op reguliere basis zonder verdere ondersteuning van plaatsingsbevorderende subsidies mogelijk is.
**2..** Het college kan voor het in dienst nemen van een werknemer als bedoeld in het eerste lid, aan een werkgever op aanvraag, een subsidie, genaamd Individuele Plaatsingsbevorderende subsidie, verstrekken als tegemoetkoming in de arbeidskosten van die werknemer.
**3..** Tot de arbeidskosten, bedoeld in het tweede lid, behoren in ieder geval loonkosten, begeleidingskosten en scholingskosten.
**4..** Voorwaarden voor toekenning van de Individuele plaatsingsbevorderende subsidie zijn:
toepassing van de betreffende subsidie is door het college geïndiceerd in een trajectplan dat onderdeel uitmaakt van de aanvraag;
de werkgever begeleidt de werknemer op adequate wijze bij het werkproces en/of stelt faciliteiten beschikbaar voor het realiseren van de vastgestelde trajectdoelen;
de werkgever sluit met de werknemer een arbeidsovereenkomst conform de geldende CAO of rechtspositieregeling af;
de netto beloning op basis van de arbeidsovereenkomst is ten minste gelijk aan de voor de geïndiceerde werknemer van toepassing zijnde uitkeringsnorm;
de werkgever verklaart zich bereid de arbeidsovereenkomst met de werknemer, bij voldoende functioneren, en bij niet ten nadele gewijzigde bedrijfseconomische omstandigheden, aansluitend aan de gesubsidieerde periode te verlengen;
detachering van de werknemer door de gesubsidieerde werkgever bij een andere werkgever is uitsluitend toegestaan, indien zulks onderdeel uitmaakt van een door het college goedgekeurd trajectplan, waarin ook de condities voor detachering zijn vastgelegd;
bij de werkgever kunnen meerdere werknemers, waarvoor een subsidie als bedoeld in dit artikel wordt verstrekt, werkzaam zijn mits deze werknemers maximaal 10 procent van de reguliere formatie uitmaken dan wel de werkgever naar het oordeel van het college op andere wijze voldoende heeft aangetoond dat de werknemer in voldoende mate professioneel wordt begeleid.
**5..** Het college stelt jaarlijks een normbedrag voor hoogte van de Individuele plaatsingsbevorderende subsidie vast en houdt bij vaststelling van de hoogte van de subsidie rekening met het feit of de werkgever is aan te merken als een werkgever als bedoeld in artikel 1 van het Besluit in- en doorstroombanen zoals dat luidde op 31 december 2003.
**6..** In afwijking van het bepaalde in het vierde lid, aanhef en onder d, kan subsidie worden verleend zonder dat de netto beloning ten minste gelijk is aan de voor de geïndiceerde werknemer van toepassing zijnde uitkeringsnorm, indien sprake is van persoonlijke omstandigheden bij de werknemer waardoor dit niet mogelijk is of omdat dit gelet op de situatie op de arbeidsmarkt niet mogelijk is.
**7..** De werkgever is verplicht de werknemer in staat te stellen dat te ondernemen wat nodig is voor de uitstroom naar reguliere arbeid.
**8..** Het college kan bij de subsidieverlening aan de subsidieontvanger, zonodig in afwijking van het bepaalde in deze verordening, andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
**9..** Het college kan bij toepassing van het tweede lid voorschotten verstrekken.
**10..** Indien het college na voorafgaande verlening over voldoende gegevens beschikt om de subsidie vast te kunnen stellen, wordt de Individuele plaatsingsbevorderende subsidie binnen twee maanden na afloop van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend ambtshalve vastgesteld.
Hoofdstuk 2
Artikel 10
Individuele plaatsingsbevorderende subsidie
Onderdeel van Re-integratieverordening gemeente Arnhem