**3.1.** Inleiding
Evenementen en een bepaalde mate van overlast zijn niet van elkaar los te koppelen. Als vormen van overlast zijn onder andere te noemen: grote aantallen publiek, geluid, wegafsluitingen, vuil, etcetera. Met name gaat het hier om overlast voor omwonenden rond het evenement.
In dit hoofdstuk worden, zonder de mogelijkheden van evenementen (zwaar) te beperken, regels vastgelegd, om de overlast zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat voor de regels en beperkingen een zo groot mogelijk draagvlak bestaat. Partners hierbij zijn de organisatoren van de evenementen, de burgers, de politie, de gemeente en de hulpverleningsdiensten. Hoe groter het draagvlak, hoe groter de bereidheid om zich te houden aan de regels, wat weer van invloed is op het aantal klachten en de mate van handhaafbaarheid.
**3.2.** Vergunningplicht en aanvraag
3.2.1 Vergunningplicht
In artikel 2.2.2. APV is bepaald dat voor het houden van een evenement een vergunning van de burgemeester vereist is. In artikel 2.2.1 APV is opgenomen wat onder een evenement wordt verstaan. Het is voor de vergunningplicht niet relevant of een evenement op gemeentegrond of op eigen grond plaatsvindt. Er wordt naar gestreefd toekomstgericht de categorie A evenementen vergunningvrij dan wel meldingsplichtig te maken gelet op de dereguleringsgedachte. Zodra de APV dat mogelijk maakt, zal de praktijk daar automatisch op worden aangepast, inclusief het laten vaststellen van het college van een meldingsformulier.
3.2.2 Aanvraagformulier
De aanvraag voor een evenementenvergunning kan worden ingediend door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. In het aanvraagformulier worden alle relevante vragen gesteld, zodat na het zorgvuldig invullen van dit formulier alle relevante informatie bij de gemeente aanwezig is om de afweging over de vergunningaanvraag te kunnen maken. Het aanvraagformulier voor de evenementenvergunning dient ondertekend te worden door een natuurlijk persoon (bij een aanvraag op persoonlijke titel) of door de voorzitter en de secretaris (bij een aanvraag door een stichting of vereniging) of door de directeur (bij een aanvraag door een rechtspersoon).
3.2.3 Termijnen
In artikel 1.3 APV staat dat indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing minder dan drie weken voor de gebeurtenis wordt ingediend, het bestuursorgaan deze aanvraag buiten behandeling kan laten. Voor bepaalde vergunningen kan deze termijn verlengd worden tot acht weken.
Beleid ten aanzien van vergunningen voor B evenementen, zoals ook verwoord in paragraaf 2.3) zal zijn dat de termijn van drie weken verlengd wordt naar acht weken. Dit houdt in dat wanneer een aanvraag minder dan acht weken voor het plaatsvinden van het evenement wordt ingediend, de burgemeester de bevoegdheid heeft om de aanvraag om een evenementenvergunning buiten behandeling te laten.
Daar waar bovengenoemde termijnen in een herziening van APV worden aangepast, zal het beleid daarop automatisch worden aangepast. Dus als de gemeenteraad beslist dat de indieningstermijn 13 weken zou moeten worden, dan zal het college ook die termijn strikt hanteren.
3.2.4 Behandelroute en adviezen
De aanvragen voor evenementenvergunningen komen binnen bij de burgemeester en gaan, al naar gelang de soort en de omvang van het evenement, naar de afdelingen Publiekszaken, Vergunningverlening en handhaving of Algemene Zaken.
Doorgaans wordt advies ingewonnen bij de afdeling Openbare Werken (over het gebruik van gemeentegrond) en de politie (over openbare orde en veiligheid).
Bovendien wordt de aanvraag doorgestuurd naar de brandweer ten behoeve van de tijdelijke gebruiksvergunning. Soms wordt advies ingewonnen bij milieu over bijvoorbeeld geluid over luchtkwaliteit over het bestemmingsplan. Deze verzoeken om advies worden zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag verzonden en worden binnen twee weken weer teruggestuurd naar de behandelend ambtenaar. Een vergunningaanvraag wordt uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst afgehandeld, of zoveel eerder als mogelijk.
Wanneer er sprake is van een nieuw evenement waarbij de indruk bestaat dat er overlast veroorzaakt wordt, wordt eerst de wenselijkheid van een dergelijk evenement getoetst en zal de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht worden gevolgd. Het verantwoordelijk bestuursorgaan neemt het besluit om deze procedure te volgen en besluit vervolgens ook of de vergunning wordt verleend.
**3.3.** Braderieën
Braderieën zijn evenementen die ofwel vallen onder de categorie A evenementen ofwel, omdat zij veel bezoekers zullen trekken en in samenhang met andere festiviteiten worden georganiseerd, onder de categorie B evenementen. De aanvraag zal aan de bepalingen in de APV en dit beleid worden getoetst. Daarnaast wordt gestreefd naar een intensieve betrokkenheid van de lokale ondernemers bij de besluitvorming over de braderieën in de kernen. Indien de aanvrager een persoon of bedrijf van buiten de gemeente Hof van Twente betreft, zal de behandelend ambtenaar contact opnemen met de aanvrager en de lokale betrokken winkeliers(vereniging). Het resultaat van dit overleg, waarbij aandacht zal worden besteed aan de mate van betrokkenheid van de lokale ondernemers en de situering van de braderie ten opzichte van bestaande detailhandel, zal mee worden gewogen in de verdere besluitvorming. Verder zal bij de vergunningverlening aandacht worden geschonken aan de belangen van een goede uitstraling van de braderie en de veiligheid op de braderie. De opstelling van de kramen dient ordelijk te zijn en te voldoen aan de eisen van de brandweer.
**3.4.** Grote tentfeesten
Een bijzondere categorie B evenementen zijn de grote tentfeesten, dit zijn de feesten zoals benoemd in bijlage 1 behorende bij dit beleid. Deze zijn aan de ene kant bijzonder omdat zij behoren tot de jarenlange traditie van dorpsfeesten in de verschillende kernen van onze gemeente. Daarnaast zijn ze bijzonder omdat er veel bezoekers op af komen en de feesten tot in de kleine uurtjes doorgaan.
Omdat de feesten tot de traditie van de gemeente behoren, dienen deze feesten gekoesterd te worden. Desalniettemin dienen juist deze feesten goed en professioneel georganiseerd te worden.
Het gaat immers om grote groepen mensen die bij elkaar zijn en waarbij veel alcohol wordt gedronken, één of meerdere tenten waarin muziek gespeeld wordt vaak aangevuld met verschillende kermisattracties. Daardoor bestaat er een behoorlijk risico voor de openbare orde. Bovendien wordt door deze feesten een bepaalde mate van overlast veroorzaakt.
Om de risico’s zo klein mogelijk te houden en overlast zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken, worden er aan de organisaties van deze evenementen verdergaande eisen gesteld dan aan andere evenementen, zoals bijvoorbeeld het inzetten van beveiligingsorganisaties en het hanteren van calamiteitenplannen.
**3.5.** Crosswedstrijden
Onder crosswedstrijden vallen bijvoorbeeld autocross en motorcross, maar ook trekkertrekwedstrijden. Naast een evenementenvergunning dient voor dergelijke evenementen een aanwijzingsbesluit op grond van artikel 5.4.1 APV te worden genomen of een milieuvergunning worden verstrekt. Omdat er bij dergelijke evenementen sprake is van een verhoogd risico voor de veiligheid, dient aan een aantal bepalingen voldaan te worden. Deze worden verbonden aan de vergunning.
Zo dient er een wedstrijdleider aanwezig te zijn, die het terrein overziet en als eerste aanspreekpunt voor de gemeente, politie en andere hulpverleningsdiensten fungeert. Daarnaast dient voldoende personeel ingezet te worden om zorg te dragen voor het publiek. Zowel de wedstrijdleiding als het personeel dienen een duidelijk zichtbare armband of een duidelijk zichtbare jas te dragen.
Daarnaast dient het parcours en het omliggende terrein aan een aantal voorwaarden te voldoen; het parcours moet deugdelijk worden afgesloten voor publiek, het publiek mag slechts aan één kant en op veilige afstand van het parcours staan en het circuit dient aan beide zijden voorzien te zijn van veiligheidsstroken van minimaal 2,5 meter langs het rechte stuk en 5 meter in een bocht en dienen te worden voorzien van een dubbele vangrail of een deugdelijke aarden wal. Daarnaast dient er rondom de gehele wedstrijdbaan een neutrale zone van 15 meter breed te worden aangebracht voorzien van een deugdelijke afrastering. Uitsluitend daarachter mag het publiek zich bevinden. Indien het parcours is gekeurd door een nationale (Koninklijke Nederlandse Motorrijdervereniging) of internationale motorcrossbond (Federation International Motorsport), zal het parcours reeds aan bovenstaande eisen voldoen.
In bijzondere gevallen kan door de burgemeester gemotiveerd afgeweken worden van de hierboven genoemde veiligheidseisen, mits de veiligheid van de deelnemers en het publiek te allen tijde gewaarborgd blijft.
In de vergunning worden voorts een heel aantal voorschriften opgenomen over de veiligheid van de deelnemers en voertuigen en over de brandveiligheid.
**3.6.** Kermissen
Vaak worden kermissen georganiseerd in combinatie met een dorpsfeest, ook worden wel eens afzonderlijke kermissen georganiseerd.
Kermissen produceren een ander soort overlast dan muziek bij een tentfeest, omdat er sprake is van verschillende geluidsbronnen. Bovendien zijn er aan kermisattracties meerveiligheidsrisico’s verbonden.
Aan een evenementenvergunning voor een kermis worden verschillende voorwaarden verbonden. Voordat de kermis en de woonwagens geplaatst worden, dient er contact opgenomen te worden met de betreffende rayonmanager, zoals opgenomen in de evenementenvergunning, en met de politie.
Bovendien wordt zowel een begintijd als een eindtijd in de vergunning opgenomen, om de overlast van kermissen zoveel mogelijk te voorkomen of beperken, dienen kermissen uiterlijk om 24.00 uur te sluiten. Daarbij wordt wel een onderscheid gemaakt tussen de geluidsproducerende attracties en de eetkramen. De geluidsveroorzakende attracties dienen om 00.00 uur te sluiten, de eetkramen sluiten een half uur na sluitingstijd van de bij het terrein horende feesttent.
Daarnaast worden bepalingen opgenomen over de veiligheid van en rondom attracties, de elektriciteits- en watervoorziening, het schoon en in goede staat opleveren van het terrein, de bereikbaarheid voor de hulpdiensten op het terrein. De vergunninghouder is verplicht om aan alle betrokken kermisexploitanten een afschrift van de evenementenvergunning te verstrekken en dient erop toe te zien dat de aan de vergunning verbonden voorschriften worden nageleefd. De vergunninghouder is aanspreekpunt voor gemeente, politie en brandweer. De Voedsel- en Warenautoriteit houdt toezicht op (de veiligheid van) kermissen.
**3.7.** Besloten feesten
Op grond van artikel 2.2.1 APV is een evenement elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak. Op deze hoofdregel is een aantal uitzonderingen geformuleerd; bijvoorbeeld het gelegenheid geven tot dansen in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet, kansspelen als bedoeld in de Wet op de Kansspelen en bioscoopvoorstellingen.
In het artikel is opgenomen dat het gaat om een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak; hiermee wordt bedoeld een voor ieder publiek toegankelijke verrichting van vermaak. Dit houdt in dat wanneer er sprake is van een besloten feest, niet aan dit criterium wordt voldaan. Deze zijn dan ook niet evenementenvergunningplichtig, wel kan het zo zijn dat er een tijdelijke gebruiksvergunning, een ontheffing drank en horecavergunning bij verkoop van drank of een ontheffing van de geluidhinderbepaling nodig is. Onder een besloten feest wordt verstaan een feest waarbij alle aanwezigen op expliciete uitnodiging van de organisatie aanwezig zijn. Hierbij kan gedacht worden aan een verjaardagsfeest, bruiloft of personeelsfeest.
**3.8.** Eindtijden
De eindtijden bij de bestaande Hoffeesten2 zullen ongewijzigd blijven. Dit vanuit de gedachte dat bij elk evenement gedurende de afgelopen jaren een eigen traditie is ontstaan, o.a. in eindtijd. Uiteraard blijft de mogelijkheid bestaan de eindtijden anders vast te stellen indien sprake zou zijn problemen welke uit klachten bij gemeente of politie bekend worden.
Bij de overige en nieuwe evenementen zal uniformering van de eindtijden plaatsvinden zoals hieronder bepaald. Dit vanuit het oogpunt van eenduidigheid en transparantie.
· Kermissen (zowel afzonderlijk als in combinatie met een ander evenement):maximaal 24.00 uur.
· Tentfeesten (categorie B evenement) :
muziek uit feesttent geopend
donderdag op vrijdag maximaal 24.00 uur maximaal 00.30 uur
vrijdag op zaterdag maximaal 02.00 uur maximaal 02.30 uur
zaterdag op zondag maximaal 02.00 uur maximaal 02.30 uur
zondag op maandag maximaal 24.00 uur maximaal 00.30 uur
Overige evenementen: maximaal 24.00 uur.
3.8.1 Categorie A evenementen
De niet of nauwelijks belastende evenementen zoals bedoeld in paragraaf 2.2 dienen ook niet of nauwelijks belastend te blijven. Daarom dient bij deze evenementen de muziek om 24.00 uur te worden beëindigd. De eventueel bijbehorende feesttent dient om 00.30 uur gesloten te zijn.
3.8.2 Categorie B evenementen
Dit zijn de grote evenementen, zoals bedoeld in paragraaf 2.4, die een behoorlijke belasting voor de omgeving opleveren. Vaak is een deel van deze belasting gelegen in het feit dat deze feesten laat beëindigd worden.
Wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden, kan de burgemeester een afwijkend sluitingstijdstip vaststellen. Bijvoorbeeld in het geval een feest wordt gehouden op een feestdag.
**3.9.** Geluidsnormen
Tot dusver worden er geen geluidsnormen gesteld voor evenementen, maar wordt er gewerkt met eindtijden en voorschriften over het plaatsen van geluidsbronnen om de(geluids)overlast van evenementen te reguleren. Bovendien wordt in de evenementenvergunning standaard opgenomen dat er geen (onaanvaardbare) hinder veroorzaakt mag worden. De politie is bevoegd op te treden door de muziek in het uiterste geval uit te zetten. Nadeel van deze maatregelen is dat er geen objectieve normen bestaan aan de hand waarvan geluidsoverlast getoetst kan worden.
Deze objectieve normen kunnen wel vastgesteld worden, door geluidsnormen te stellen. Aan het stellen van geluidsnormen zijn echter ook nadelen verbonden. Zo bestaan er geen wettelijke voorschriften om normen te stellen, dus zouden wij de normen zelf moeten bepalen. Het geluid van mensen die met elkaar praten, zingen etc. mogen niet worden meegenomen bij het meten van geluid. Dit blijkt in de praktijk lastig te zijn. Daarnaast is het lastig om te bepalen waar er gemeten moet worden; op 2 meter van de gevel van een geluidsgevoelig object; op 25 meter van de grens van het feestterrein of vanaf de bron.
Bovendien moet er ook handhavingscapaciteit beschikbaar zijn om ’s avonds tijdens evenementen controles uit te voeren. Het stellen van geluidsnormen is zinloos als er niet (steekproefsgewijs) gecontroleerd wordt. Uit het bovenstaande blijkt dat gestelde geluidsnormen in de praktijk lastig handhaafbaar zijn, zeker wanneer het tentfeesten met veel mensen en muziek betreft. Bovendien worden er in de praktijk niet veel klachten ingediend over geluidsoverlast. Daarom is er voor gekozen om geluidsoverlast niet in te perken door het stellen van geluidsnormen, maar om vast te houden aan het stellen van voorschriften in de vergunning.
**3.10.** (Tijdelijke)gebruiksvergunningen
Op grond van artikel 6.1.1 van de Bouwverordening of artikel 2.1.1 van de Brandbeveiligingsverordening dient een inrichting (een voor mensen toegankelijke ruimtelijk begrensde plaats) of een bouwwerk te beschikken over een gebruiksvergunning wanneer er meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn.
Een gebruiksvergunning kan zowel tijdelijk als permanent worden verleend. Voor bouwwerken zal in de regel een permanente gebruiksvergunning aanwezig zijn, terwijl voortijdelijke inrichtingen, zoals bijvoorbeeld feesttenten, doorgaans een tijdelijke gebruiksvergunning moet worden verleend. Bij evenementen zal over het algemeen tevens een tijdelijke gebruiksvergunning vereist zijn. De bepalingen uit het Gebruiksbesluit zullen leidend zijn.
Indien een evenementenvergunning wordt aangevraagd waarbij tevens een tent met minimaal 50 personen wordt aangevraagd, zal de aanvrager eveneens een tijdelijke gebruiksvergunning tijdig dienen aan te vragen of een, indien de tent niet groter is dan 400m2, een melding van de tent dienen te maken, hetgeen geschiedt door het invullen van de aanvraag evenementenvergunning.
**3.11.** Beveiliging
Om de veiligheid van de bezoekers van de tentfeesten, genoemd in bijlage 1, te garanderen, wordt het voor deze tentfeesten verplicht gesteld een gecertificeerd beveiligingsbedrijf in te schakelen. Het aantal beveiligers dat per feest moet worden ingezet is afhankelijk van de grootte van het feest, het type bezoeker, de locatie, het tijdstip etcetera. Dit betreft maatwerk dat de gemeente in overleg met organisatie en politie zal doen en welke zal leiden tot een bepaald beveiligingsvoorschrift bij de vergunning.
Voor de overige B evenementen en soms A evenementen zal per aanvraag de noodzaak tot (gecertificeerde) beveiliging worden beoordeeld en gemotiveerd. Bij deze evenementen geldt dat wanneer zij beveiligingstaken laten verrichten, zij dit moeten laten begeleiden door een gecertificeerd beveiligingsbedrijf.
**3.12.** Calamiteitenplannen
Bij de evenementenvergunningen die verleend worden, wordt onvoldoende aandacht besteed aan calamiteiten die kunnen optreden. De organisatoren van grote evenementen dienen, daar waar zij dat niet al doen, hierin hun verantwoordelijkheid te nemen; de gemeente en de politie kunnen de organisatoren hierin bijstaan.
Als voorschrift bij de evenementenvergunning wordt opgenomen dat de organisatoren van de feesten als bedoeld in bijlage 1 in het bezit dienen te zijn van een jaarlijks geactualiseerd calamiteitenplan. Daarnaast kan de burgemeester beslissen, afhankelijk van het type evenement en het aantal bezoekers, of het overleggen van een calamiteitenplan verplicht zal worden gesteld.
**3.13.** Aanspreekpunt
Bij ieder evenement dient er een aanspreekpunt te zijn voor de gemeente, de politie en de brandweer, die bevoegd en ter zake kundig is. Dit aanspreekpunt dient gedurende het gehele evenement bereikbaar en aanspreekbaar (dus niet onder invloed van alcohol te zijn); er kan uiteraard gewerkt worden met wisselende aanspreekpunten. Het is wel noodzakelijk dat het aanspreekpunt steeds via hetzelfde telefoonnummer bereikbaar is. De organisatie bepaalt wie het aanspreekpunt is.
In de vergunningaanvraag dient te worden aangegeven hoe dit aanspreekpunt te bereiken is; bovendien wordt in ieder geval het telefoonnummer en zo mogelijk ook de naam van het aanspreekpunt in de vergunning opgenomen.
**3.14.** Verkeersregelaars
De medewerkers die met verkeersregeling op de openbare weg zijn belast dienen een theoretische instructie door een politieambtenaar gekregen te hebben. De minimale leeftijd van de verkeersregelaars is 18 jaar, echter op wegen waar een maximumsnelheid onder50 km geldt en bij voldoende verlichting mag een verkeersregelaar 16 jaar zijn. Deze moeten dan echter wel onder direct toezicht van de politie staan. De aanstelling gebeurt per evenement namens de burgemeester en een lijst van de betreffende personen dient aan zowel de burgemeester als de politie te worden verstrekt. Daarnaast dient de organiserende instantie een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering en een verzekering tegen persoons en zaakschade te hebben.
**3.15.** Verkeer
Organisatoren van evenementen dienen bij de organisatie van het feest rekening te houden met de parkeerbehoefte van de bezoekers en de bereikbaarheid voor de hulpverleningsdiensten. De benodigde parkeergelegenheid dient door de organisator zelf te worden geregeld, bovendien dient de aan- en afvoerroute minimaal 4,5 meter breed te zijn. In de evenementenvergunning kunnen vervolgens voorschriften opgenomen worden over de afzetting van wegen, tijdelijke verkeersbesluiten, toezicht op parkeergelegenheid, bereikbaarheid van hulpverleningsdiensten etc.
**3.16.** Vuurwerk
Voor het afsteken van professioneel vuurwerk is op grond van het Vuurwerkbesluit toestemming nodig van Gedeputeerde Staten van de provincie; GS kan hieraan vervolgens voorschriften verbinden. Voordat GS deze toestemming kan verlenen dient een verklaring van geen bezwaar te worden gevraagd bij de burgemeester. Als er vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid geen bezwaar bestaat tegen het afsteken van het vuurwerk, kan een dergelijke verklaring worden afgegeven.
**3.17.** Milieuzorg
De organisatie van het evenement is verantwoordelijk voor het schoon en in oorspronkelijke staat opleveren van het terrein waar het evenementen op gehouden is en de directe omgeving daarvan. Wordt hieraan niet voldaan, worden de kosten van het schoonmaken en in oorspronkelijke staat opleveren van het terrein bij de organisatie in rekening gebracht. De vaststelling of voldaan is aan deze verplichting gebeurt door de verantwoordelijke rayonmanager.
Het is niet toegestaan dat er afvalwater geloosd wordt in de bodem of in het oppervlaktewater. Daarnaast moeten alle voorwerpen die op wegen of in de wegbermen zijn geplaatst direct na afloop van het evenement verwijderd worden.
**3.18.** Volksgezondheid
Bij met name grotere evenementen kunnen niet alleen bedreigingen ontstaan voor openbare orde en veiligheid maar ook voor de volksgezondheid. Daarom wordt bij bepaalde evenementen (zoals de grote tentfeesten en bijvoorbeeld trekkertrekwedstrijden) verplichtgesteld dat er voldoende gediplomeerde EHBO-ers aanwezig zijn. Daarnaast kan het in de vergunning verplicht gesteld worden om medische en hulpverlenende diensten aanwezig te laten zijn. Bij elk type evenement kan het aantal EHBO’ers of type hulpdienst verschillen al naar gelang de grootte, type activiteit, aantal deelnemers etcetera. Advies over het aantal in te zetten EHBO’ers kan, naar het inzicht van de evenementencoördinator, worden ingewonnen bij de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR).
De organisatie van het evenement dient zorg te dragen voor voldoende toiletvoorzieningen op het terrein. Deze toiletvoorzieningen dienen met duidelijke verwijzingsborden te worden aangegeven.
Toezicht op de kwaliteit van het eten en drinken tijdens een evenement wordt (conform de Warenwet) gehouden door de Voedsel- en Warenautoriteit. Zij houden ook toezicht op kermissen.
**3.19.** Gebruik van glas
Het is niet toegestaan om bij evenementen gebruik te maken van glas om uit te drinken. Het gebruik van veiligheidsglas is toegestaan, mits incidenten beperkt blijven. Dit veiligheidsglas is gehard glas en bij een val geraakt dit type glas uiteen in kleine splinters. De voorkeur gaat wel uit naar het gebruik van plastic, aangezien plastic de risico’s tot incidenten het meest beperkt.
Meer concreet houdt dit in dat bij alle evenementen gebruik gemaakt dient te worden van plastic bekers, veiligheidsglas en eventueel van plastic borden en plastic bestek. Dit zal als voorwaarde aan de vergunning verbonden worden en de politie en de gemeente zullen toezien op de naleving hiervan.
**3.20.** Evenementenkalender
Met de totstandkoming van dit beleid wordt de evenementenkalender ingevoerd. Met deze kalender streven wij er naar alle evenementen te vermelden die dat jaar zullen plaatsvinden.
Voor 1 december voorafgaande aan het komende evenementen jaar jaar dienen de organisaties van de evenementen aan te geven wanneer hun evenement plaatsvindt zodat jaarlijks in januari een grotendeels complete evenementenkalender kan worden gepresenteerd. Op deze manier wordt voor omwonenden en bezoekers van onze gemeente duidelijk welke evenementen er wanneer plaatsvinden. Daarnaast kan de politie haar capaciteit op deze kalender afstemmen.
Wanneer een evenement op de kalender wordt geplaatst houdt dit niet in dat de benodigde vergunningen per definitie verleend worden; een vergunningaanvraag wordt getoetst aan de relevante regelgeving. Evenementen die niet zijn aangemeld, kunnen wel vergund worden. Wel stemt de politie de inzet af op de gemelde evenementen.
**3.21.** Evenementencoördinator
De ambtenaar die is belast met de voorbereiding en het opstellen van de vergunningen van met name de belastende evenementen wordt beschouwd als de evenementencoördinator. De evenementencoördinator zit op de afdeling Algemene Zaken en coördineert de verdeling van de evenementenvergunningverlening over de afdelingen Publiekszaken, Vergunningenen handhaving en Algemene Zaken. De coördinator is het aanspreekpunt voor de organisatoren van de evenementen en de politie, wat betreft evenementen. De coördinator draagt zorg voor het bijhouden van de evenementenkalender.
Daarnaast registreert en beoordeelt de evenementencoördinator alle ingekomen klachten over een bepaald evenement en zorgt voor een juiste afhandeling.