Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3:5

– Proefplaatsing

Onderdeel van Beleidsregels re-integratie Wwb, IOAW en IOAZ van de Gemeente Dongen 2012

1. Definitie: Onder proefplaatsing wordt verstaan een leertraject bij één of meerdere werkgevers, waarbij belanghebbende, voor zover van toepassing, met behoud van uitkering werkervaring en vaardigheden kan opdoen. 2. Doel: Het college kan een proefplaatsing aanbieden om belanghebbende de kans te bieden om met behoud van uitkering, gedurende korte tijd, op een onbetaalde werkplek met begeleiding en zonodig in combinatie met scholing zijn of haar arbeidsbekwaamheid zodanig te bevorderen dat bij dezelfde werkgever instroom in regulier of gesubsidieerd betaald werk plaats kan vinden. 3. Doelgroep: Proefplaatsing wordt ingezet als het college heeft vastgesteld dat voor de belanghebbende, vanwege tekort schietende werkervaring kennis en/of vaardigheden en eventuele andere belemmeringen, een traject, inhoudende een periode van begeleiding op een werkplek eventueel in combinatie met een scholingsactiviteit, noodzakelijk is om, uiterlijk binnen zes maanden, instroom in reguliere of gesubsidieerde arbeid mogelijk te maken. 4. Nadere voorwaarden en duur van de voorziening: het college besluit slechts tot plaatsing nadat de werkgever schriftelijk te kennen heeft gegeven bereid te zijn de belanghebbende te begeleiden en het college heeft ingestemd met het door de werkgever opgestelde begeleidingsplan; in aanmerking komen alle werkgevers, in zowel collectieve als marktsector, die in staat en bereid zijn aan belanghebbende de noodzakelijke begeleiding te bieden en de intentie hebben de belanghebbende na de Proefplaatsing een arbeidsovereenkomst aan te bieden; het college past de Proefplaatsing voor de duur van maximaal zes maanden toe; in een beschikking kunnen ten aanzien van de belanghebbende nadere voorwaarden worden verbonden aan een Proefplaatsing. In de toestemmingsbrief kunnen ten aanzien van de werkgever nadere voorwaarden worden verbonden aan een Proefplaatsing. 5. Verplichtingen belanghebbende, werkgever en het college: De belanghebbenden, werkgever en het college ondertekenen het begeleidingsplan dat de werkgever aan de hand van een door het college verstrekt model heeft opgesteld; de werkgever voert de in het begeleidingsplan genoemde activiteiten zo uit dat de belanghebbende na afloop van de Proefplaatsing door kan stromen naar (bij voorkeur reguliere) arbeid; indien het trajectovereenkomst van de belanghebbende hierin voorziet, draagt het college zorg voor extra begeleiding, hetgeen door een contractant kan worden uitgevoerd, en aanvullende scholing; de werkgever stemt de activiteiten, die de belanghebbende in het kader van de Proefplaatsing verricht, de eventuele scholing en begeleiding, op elkaar af. 6. Gronden voor beëindiging; Onverlet het gestelde in artikel 3, derde of vierde lid, van de Verzamelverordening Wwb, eindigt de voorziening op het moment dat: de overeengekomen periode eindigt; door het college gemotiveerd wordt vastgesteld dat voortzetting van de Proefplaatsingniet wenselijk is omdat de werkgever niet of in onvoldoende mate aan de aan de voorziening verbonden verplichtingen voldoet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel