Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3:6

– Oriëntatieplaatsen

Onderdeel van Beleidsregels re-integratie Wwb, IOAW en IOAZ van de Gemeente Dongen 2012

1. Definitie: Onder een oriëntatieplaats wordt verstaan een traject bij één of meerdere werkgevers waarbij de belanghebbende met behoud van uitkering, gedurende maximaal zes maanden kennis en vaardigheden in het kader van arbeidsinschakeling op kan doen. Afhankelijk van de aard van de te verwerven kennis en vaardigheden gaat het om de volgende vormen van oriëntatie-plaatsen: snuffel-oriëntatie: geeft de mogelijkheid tot een oriëntatie op een bepaalde beroepsrichting; taal-oriëntatie: geeft de mogelijkheid om praktische taalkennis op te doen op de werkvloer; werkritme-oriëntatie: geeft de mogelijkheid tot het behouden/opdoen van werkritme. 2. Doel: Een Oriëntatieplaats dient te leiden tot het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt. Dit door belanghebbende de kans te bieden, om met behoud van uitkering, op een onbetaalde werkplek met begeleiding, zonodig in combinatie met scholing, kennis en/of vaardigheden op te doen zodat, eventueel na inzet van andere voorzieningen, arbeidsinschakeling mogelijk wordt. 3. Doelgroep: Een Oriëntatieplaats wordt ingezet als het college heeft vastgesteld dat de belanghebbende vanwege tekort schietende werkervaring, kennis en/of vaardigheden als eerste stap naar arbeidsinschakeling een korte periode van leren op een onbetaalde werkplek noodzakelijk is. 4. Nadere voorwaarden en duur van de voorziening: n aanmerking komen oriëntatieplaatsen bij alle werkgevers, in de collectieve en marktsector, die in staat en bereid zijn aan belanghebbende de noodzakelijkebegeleiding te bieden; voorwaarde voor toepassing van de voorziening is dat het college heeft ingestemd met het door de werkgever opgestelde begeleidingsplan; het college past de Oriëntatieplaats voor maximaal zes maanden toe; in relatie tot de belanghebbende kunnen in een beschikking kunnen naderevoorwaarden worden verbonden aan een Oriëntatieplaats; in relatie tot de werkgever kunnen in de toestemmingsbrief nadere voorwaarden worden verbonden aan een Oriëntatieplaats. 5. Verplichtingen belanghebbende, werkgever en het college: de belanghebbende, werkgever en het college ondertekenen het begeleidingsplan dat de werkgever aan de hand van een door het college verstrekt model heeft opgesteld; de werkgever voert de in het begeleidingsplan genoemde afspraken zo uit dat de in het begeleidingsplan genoemde leerdoelen worden bereikt; indien het trajectovereenkomst van de belanghebbende hierin voorziet draagt het college zorg voor extra begeleiding door een contractant en aanvullende scholing; de werkgever en het college dragen zorg voor een goede afstemming tussen de activiteiten die de belanghebbende in het kader van de Oriëntatieplaats verricht en de begeleiding; 6. Gronden voor beëindiging Onverlet het gestelde in artikel 3, derde of vierde lid, van de Verzamelverordening Wwb, eindigt de voorziening op het moment dat de overeengekomen periode eindigt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel