Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in
artikel 1 lid 2.1 te beschadigen of te vernielen.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning handelingen te
verrichten aan een gemeentelijk monument als is beschreven in
artikel 2.2, eerste lid, sub b van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht.
Het college verleent, met betrekking tot een monument met een
religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in lid 2, dan
in overeenstemming met de eigenaar indien er voor zover het een
vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de
godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn
(artikel 3.14 Wabo).