Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2 Besluit omgevingsrecht (Bor) voor een
omgevingsvergunning en de daarbij te overleggen gegevens en
bescheiden worden in 3-voud ingediend.
De aanvraag om vergunning als bedoeld in lid 1 moet schriftelijk
worden ingediend bij het college. Hierbij gelden de
indieningsvereisten conform artikel 4.4 Bor.
Voor zover het voor een goede besluitvorming van belang is, kan
het college de aanvrager verzoeken om een bouwhistorisch
onderzoek van het object te overleggen.
Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de
ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk
monument aan de commissie voor Welstand en Monumenten voor
advies.
Het college beslist binnen acht weken (eventueel verlengd met
zes weken) na de datum van ontvangst van de aanvraag (art. 3.9 lid 1 en 2 Wabo).
Tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van
het besluit doet de bevoegde overheid mededeling van die
beschikking op dezelfde wijze als kennis is gegeven van de
aanvraag (art. 3.9 lid 1, onder a, Wabo).
Als niet binnen de wettelijke termijn een besluit is genomen, is
het besluit van rechtswege verleend en doet de bevoegde overheid
zo spoedig mogelijk mededeling van die beschikking op dezelfde
wijze als kennis is gegeven van de aanvraag (art. 3.9 lid 3 en 4 Wabo).
Het college zendt een afschrift van het besluit aan de commissie
voor Welstand en Monumenten.