1.Onverminderd het overigens in deze paragraaf bepaalde geschieden de heffing en de invordering van gemeentelijke belastingen met toepassing van de Algemene wet, de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen als waren die belastingen rijksbelastingen.
§ 1 Toepassingsgebied Algemeen 1 Het eerste lid van artikel 1 van de wet regelt het toepassingsgebied van de wet. Allereerst is de wet van toepassing op belastingaanslagen die zijn vastgesteld op de voet van de AWR. Bovendien is de wet van toepassing op belastingaanslagen in de premieheffing volksverzekeringen en de inkomens afhankelijke bijdrage op grond op grond van de Zorgverzekeringswet. Een verdere uitbreiding van de reikwijdte van de wet is te vinden in artikel 6. De bepalingen van deze leidraad zijn geheel respectievelijk ten dele van toepassing op alle heffingen waarop de wet geheel respectievelijk ten dele van toepassing is en waarvan de invordering aan de invorderingsambtenaar is opgedragen. In het tweede lid van artikel 1 van de wet is de relatie van de wet tot de Awb aangegeven. Verwezen wordt in dit verband naar §1, Inleidende opmerkingen, zesde lid, van deze leidraad. Artikel 2 Naar de inhoud
De wet verstaat onder:
rijksbelastingen: belastingen welke van rijkswege door de rijksbelastingdienst worden geheven, alsmede rechten bij invoer en rechten bij uitvoer als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderscheidenlijk derde lid, van de Douanewet;
heffingsrente en revisierente, bedoeld in hoofdstuk VA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
Communautair douanewetboek: verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302);
toepassingsverordening Communautair douanewetboek: verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van de verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 253);
compenserende interesten: de compenserende interesten, bedoeld in de artikelen 589 en 709 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek;
kosten van ambtelijke werkzaamheden: de kosten, bedoeld in hoofdstuk 4, paragraaf 2, van de Douanewet;
bestuurlijke boeten: de verzuimboeten en de vergrijpboeten, bedoeld in hoofdstuk VIIIA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel in enige andere wettelijke regeling betreffende de heffing van rijksbelastingen;
Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
directeur, heffingsambtenaar of invorderingsambtenaar: de directeur, de heffingsambtenaar of de invorderingsambtenaar, die inzake rijksbelastingen bevoegd is;
belastingdeurwaarder: de door Onze Minister als zodanig aangewezen ambtenaar van de rijksbelastingdienst;
belastingschuldige: degene te wiens naam de belastingaanslag is gesteld;
werknemer, artiest, beroepssporter, dienstbetrekking en inhoudingsplichtige: de werknemer, de artiest, de beroepssporter, de dienstbetrekking en de inhoudingsplichtige in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 (Stb. 521);
belastingaanslag: de voorlopige aanslag, de aanslag, de uitnodiging tot betaling, de navorderingsaanslag en de naheffingsaanslag, alsmede de voorlopige conserverende aanslag, de conserverende aanslag en de conserverende navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting;
kind: eerstegraads bloedverwant en aanverwant in de neergaande lijn.
Deze wet verstaat mede onder:
rijksbelastingen: de heffingsrente, de revisierente, de compenserende interesten, de kosten van ambtelijke werkzaamheden, alsmede de bestuurlijke boeten;
wettelijke regeling betreffende de heffing van rijksbelastingen: de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Douanewet, voorzover deze betrekking hebben op de heffing van rijksbelastingen;
belastingaanslag: een ingevolge de Algemene wet inzake rijksbelastingen of enige andere wettelijke regeling betreffende de heffing van rijksbelastingen vastgestelde beschikking of uitspraak strekkende tot - al dan niet nadere - vaststelling van een ingevolge die regelingen verschuldigd of terug te geven bedrag;
aanslagbiljet: de kennisgeving van de beschikking of de uitspraak, bedoeld in onderdeel c;
invorderen van rijksbelastingen: het betalen van een terug te geven bedrag aan rijksbelastingen.
Voor de toepassing van deze wet geldt, in afwijking in zoverre van het eerste en het tweede lid en behoudens voorzover daarvan moet worden afgeweken ingevolge het elders in deze wet bepaalde, als belastingaanslag:
de belastingaanslag na toepassing van de ingevolge de Algemene wet inzake rijksbelastingen of enige andere wettelijke regeling betreffende de heffing van rijksbelastingen voorziene verrekeningen;
ingeval een aanslagbiljet naast een of meer belastingaanslagen als bedoeld in onderdeel a een of meer ingevolge het tweede lid, onderdeel c, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikkingen omvat: het gezamenlijke bedrag van de ingevolge de op het aanslagbiljet vermelde belastingaanslagen in te vorderen bedragen.
Ingeval het derde lid, aanhef en onderdeel b, toepassing vindt, worden de op het aanslagbiljet vermelde bestanddelen - wat belasting betreft na de in het derde lid, onderdeel a, bedoelde verrekening - tot een negatief bedrag geacht naar evenredigheid te zijn verrekend met de bestanddelen tot een positief bedrag en omgekeerd.
Bepalingen van deze wet die rechtsgevolgen verbinden aan het aangaan, het bestaan, de beëindiging of het beëindigd zijn van een huwelijk zijn van overeenkomstige toepassing op het aangaan, het bestaan, de beëindiging onderscheidenlijk het beëindigd zijn van een geregistreerd partnerschap.
Hoofdstuk XVII
Artikel 231,
eerste lid, Gemeentewet
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2006