Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2006
17 artikelen
Artikelen
- Art. 231,eerste lid, Gemeentewet
- Art. 231,tweede en derde lid, van de Gemeentewet
- Art. 249Gemeentewet Bij de invordering van gemeentelijke belastingen blijven van de Invorderingswet 1990 buiten toepassing de artikelen 5, 9, eerste tot en met negende lid, 20, 21, 59, 62 en 69. Bij de invordering van gemeentelijke belastingen die op andere wijze worden geheven, blijven bovendien de artikelen 7, derde lid, en 8, eerste lid, van die wet buiten toepassing. Vertaalbepaling Gemeentewet
- Art. 250Gemeentewet
- Art. 21Naar de inhoud
- Art. 22Naar de inhoud
- Art. 24Naar de inhoud
- Art. 252Gemeentewet De verrekening van aan de belastingschuldige uit te betalen en van hem te innen bedragen ter zake van gemeentelijke belastingen op de voet van artikel 24 van de Invorderingswet 1990 is ook mogelijk ingeval de in artikel 9 van de Invorderingswet 1990 gestelde termijn, dan wel de krachtens artikel 250, eerste lid, gestelde termijn nog niet is verstreken. § 1 Algemeen Afwijking open systeem
- Art. 25Naar de inhoud
- Art. 26Naar de inhoud
- Art. 255Gemeentewet
- Art. 31Naar de inhoud Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de bij de berekening van betalingskorting en invorderingsrente toe te passen afrondingen en voor het niet terugnemen van betalingskorting onderscheidenlijk niet in rekening brengen van invorderingsrente die een bij die regeling bepaald bedrag niet te boven gaat. Voorts kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld met betrekking tot een doelmatige invordering van betalingskorting en invorderingsrente. Artikel 231, derde lid, van de Gemeentewet Onverminderd het overigens in deze paragraaf bepaalde wordt met betrekking tot gemeentelijke belastingen in de Algemene wet en de Invorderingswet 1990 voor 'algemene maatregel van bestuur' en 'ministeriële regeling' gelezen: besluit van het college van burgemeester en wethouders. § 1 Nadere regelgeving Renteregeling Invorderingswet
- Art. 253,tweede lid, van de Gemeentewet Indien de belastingplicht, bedoeld in het eerste lid, voortvloeit uit het genot van een onroerende zaak krachtens eigendom, bezit of beperkt recht en de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen is gesteld, kan de met de invordering van de gemeentelijke belastingen belaste gemeenteambtenaar de belasting - aanslag op de gehele onroerende zaak verhalen ten name van degene te wiens name de aanslag is gesteld, zonder
- Art. 49Naar de inhoud
- Art. 55
- Art. 63Naar de inhoud Voor een weigering om te voldoen aan de verplichtingen ten behoeve van de invordering van derden kunnen alleen bekleders van een geestelijk ambt, notarissen, advocaten, procureurs, artsen en apothekers zich beroepen op de omstandigheid, dat zij uit hoofde van hun stand, ambt of beroep tot geheimhouding verplicht zijn. § 1 Geheimhoudingsplicht beroepsbeoefenaren Algemeen
- Art. 66Naar de inhoud Hoofdstuk IX, afdeling 2 - met uitzondering van artikel 72 - en afdeling 3, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van toepassing met betrekking tot de in artikel 64 strafbaar gestelde feiten, met dien verstande dat voor belastingwet wordt gelezen Invorderingswet 1990. Artikel 254 van de Gemeentewet Voor de toepassing van artikel 66 van de Invorderingswet 1990 met betrekking tot gemeentelijke belastingen blijven de artikelen 76, 80, tweede, derde en vierde lid, 82, 84, 86 en 87 van de Algemene wet buiten toepassing.