**1..** De verlaging als bedoeld in artikel 41, lid 1 van de WIJ wordt
vastgesteld op:
vijf procent van de inkomensvoorziening gedurende een maand
bij gedragingen van de eerste categorie;
tien procent van de inkomensvoorziening gedurende een maand
bij gedragingen van de tweede categorie;
twintig procent van de inkomensvoorziening gedurende een
maand bij gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de inkomensvoorziening gedurende een
maand bij gedragingen van de vierde categorie. In het geval
van artikel 5, lid 4, sub b van deze verordening wordt de
duur van de verlaging in ieder geval vastgesteld op de duur
van de uitsluiting van het werkleeraanbod.
**2..** De periode van verlaging van de inkomensvoorziening genoemd in het
eerste lid en afgestemd met inachtneming van artikel 7 van deze
verordening wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen
twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging
opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of
een hogere categorie (recidive).
Hoofdstuk 5.
Artikel 6
Hoogte van de verlaging
Onderdeel van Verordening Afstemmingsbeleid WWB en WIJ