**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 weigert de burgemeester
de vergunning indien de vestiging of exploitatie van het
horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
**2..** Bij de toepassing van de in lid 1.8 genoemde weigeringsgronden
houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat en van de wijk waarin de
inrichting is gelegen of zal zijn gelegen;
de aard van de horeca-inrichting;
de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
blootstaat of bloot zal
komen te staan door de exploitatie van de
inrichting;
de concentratie van inrichtingen in een bepaald
gebied;
de wijze van bedrijfsvoering van de beheerder van de
inrichting in deze of in andere inrichtingen;
de wijze van exploitatie van de inrichting in het
verleden, voorzover de
ondernemer onveranderd is gebleven;
het levensgedrag van de beheerder.
**3..** De burgemeester weigert de vergunning indien:
de inrichting en/of de beheerder niet voldoet aan de aan
de vergunning(aanvraag) verbonden voorschriften;
de inrichting niet voldoet aan de volgende
inrichtingseisen:
van ieder punt van een lokaliteit uit moet bij
voortduring een deel van de lokaliteit met een
oppervlakte van ten minste 15 m2 kunnen
worden overzien;
de lokaliteit moet een zodanige
kunstlichtvoorziening hebben dat de gemiddelde
horizontale verlichtingssterkte, gemeten op 1
meter boven de vloer, over de gehele oppervlakte
ten minste 50 lux bedraagt;
de inrichting moet zijn voorzien van ramen met
een zodanige oppervlakte dat voldoende
daglichttoetreding is gewaarborgd, met dien
verstande dat het raamoppervlak tenminste gelijk
moet zijn aan die oppervlakte die in het
Bouwbesluit ten aanzien van verblijfsgebieden in
woningen wordt gesteld;
de ramen van de inrichting moeten zijn bezet met
blank doorzichtig glas, waarvan ten hoogste 20%
mag zijn bedekt met materiaal dat
daglichttoetreding verhindert;
behoudens het bepaalde onder sub e mag de
daglichttoetreding niet worden gehinderd door
afscherming van het raamoppervlak binnen de
inrichting;
de inrichtingseisen gelden niet voor afhaalcentra. In
bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag afwijkingen
van de in dit artikel opgenomen inrichtingseisen
toestaan.
HOOFDSTUK 2. › AFDELING 8.
Artikel 2.28a
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2009