Op de behandeling van de aanvraag is de Wabo, Apv en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. De aanvraagtermijn wordt bepaald door de Wabo. Op een aanvraag om een enkelvoudige uitweg-omgevingsvergunning, volgt een reguliere procedure. De wettelijke beslistermijn is daarbij acht weken, gerekend vanaf de ontvangstdatum van de aanvraag. Deze termijn kan eenmalig met zes weken verlengd worden. Wanneer het de gemeente niet lukt om binnen deze termijn een beslissing te nemen, wordt de vergunning van rechtswege verleend.
Complexere (meervoudige) aanvragen volgen een uitgebreide procedure. De beslistermijn is daarbij 26 weken. Ook deze termijn kan eenmalig met zes weken verlengd worden. Bij deze procedure kan de vergunning echter niet van rechtswege worden verleend.
De procedure is als volgt: De aanvrager doet voor de aanleg van een uitweg een vergunningaanvraag d.m.v. het door de minister vastgestelde aanvraagformulier, verkrijgbaar via www.omgevingsloket.nl. Bij het aanvraagformulier dienen de gegevens te worden ingediend zoals omschreven in artikel 7.3 van de Regeling omgevingsrecht (Mor):In of bij de aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder e, van de wet, verstrekt de aanvrager gegevens met betrekking tot;
de locatie van de uitweg aan het voor-, zij- dan wel achtererf;
de afmeting van de nieuwe uitweg, dan wel van de te veranderen bestaande uitweg en de beoogde verandering daarvan;
de te gebruiken materialen;
de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het aanleggen of voor het gebruik van de uitweg, zoals bomen, lantaarnpalen en nutsvoorzieningen.
Bij het aanvraagformulier moet dus een situatieschets van de aan te leggen uitweg worden gevoegd. De aanvraag wordt op basis van artikel 2.12. van de Apv en dit beleid getoetst. De aanvrager van een enkelvoudige omgevingsvergunning ontvangt binnen de wettelijke beslistermijn van 8 weken (zonder verlenging) de uitwegvergunning (artikel 3.9 Wabo). Dezelfde termijn geldt ook als maximale termijn bij een eventuele weigering van de uitwegvergunning
Binnen bebouwde kom.De vergunninghouder geeft de gemeente opdracht de uitweg aan te leggen.
Buiten bebouwde komDe vergunninghouder legt de uitweg in eigen beheer aan
Aanleg mag niet eerder plaatsvinden dan dat de vergunning is verleend. De vergunningsaanvraag wordt beoordeeld op tijdige indiening en volledigheid en daarna in behandeling genomen. De legeskosten voor het behandelen van de aanvraag en/of wijzigen van een uitwegvergunning en de aannemerskosten (voor inrit binnen de bebouwde kom) worden vooraf in rekening gebracht. In bepaalde gevallen is (ook) vergunning nodig van het Waterschap Rivierenland. Dit is b.v. het geval bij de aanleg van een uitrit over een watergang.
Hoofdstuk 1
Artikel 4
Procedure
Onderdeel van Beleidsregel uitwegen (omgevingsvergunning) gemeente Buren 2011