1. Het vervaardigen, invoeren, voor toepassing in Nederland of voor handelsdoeleinden
voor de Nederlandse markt voorhanden hebben, vervoeren, aan een ander ter beschikking stellen
of toepassen van bouwstoffen is verboden, tenzij:
a. de samenstellings- en emissiewaarden van de bouwstof zijn bepaald aan de hand van de
parameters, die in bijlage 1 van dit besluit zijn vermeld en bij regeling van Onze Ministers zijn
aangewezen, overeenkomstig de bij regeling van Onze Ministers gestelde methoden door of
onder toezicht van een persoon of instelling die daartoe beschikt over een erkenning;
b. een bij regeling van Onze Ministers aangewezen persoon of instelling op een bij regeling van
Onze Ministers voorgeschreven wijze heeft vastgesteld dat de waarden, bedoeld onder a, de bij
regeling van Onze Ministers vastgestelde maximale samenstellings- en emissiewaarden niet
overschrijden;
c. uit een milieuhygiënische verklaring, die is afgegeven onder bij regeling van Onze Ministers
vastgestelde voorwaarden, blijkt dat wordt voldaan aan het bepaalde in onderdeel a en b; en
d. een afleveringsbon bij de desbetreffende partij aanwezig is die de bij regeling van Onze
Ministers vastgestelde gegevens bevat.
2. Bij regeling van Onze Ministers wordt bepaaldin welke gevallen een afleveringsbon als
bedoeld in het eerste lid, onder d niet vereist is.
3. Degene die de bouwstoffen toepast bewaart de bijbehorende milieuhygiënische
verklaring en de afleveringsbon gedurende vijf jaar na het tijdstip waarop de bouwstoffen zijn
toegepast en verstrekt die verklaring of afleveringsbon op verzoek van het bevoegd gezag.
4. Bij regeling van Onze Ministers worden regels gesteld met betrekking tot het
samenvoegen en splitsen van partijen bouwstof.
5. Het is verboden om bouwstoffen toe te passen in strijd met de artikelen 5, eerste lid en
7 van dit besluit.