1. In afwijking van artikel 28, eerste lid, onder a en c, worden de samenstellings- en
emissiewaarden van de toe te passen bouwstof niet bepaald en is geen milieuhygiënische
verklaring vereist, indien sprake is van de volgende handelingen:
a. het toepassen van metselmortel of natuursteenproducten, met uitzondering van breuksteen en
steenslag;
b. het zonder bewerking opnieuw onder dezelfde condities toepassen van vormgegeven
bouwstoffen van beton, keramiek, natuursteen en bakstenen;
c. het zonder bewerking opnieuw onder dezelfde condities toepassen van bouwstoffen, waarvan
de eigendom niet wordt overgedragen;
d. het opnieuw toepassen van niet teerhoudend asfalt of asfaltbeton in wegverhardingen indien
overeenkomstig de CROW-publicatie, 210 «Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt» wordt
aangetoond dat het materiaal niet teerhoudend is;
e. het toepassen van bouwstoffen door natuurlijke personen anders dan in de uitoefening van
beroep of bedrijf.
2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing, indien degene die de bouwstof
toepast op grond van kennis of organoleptische waarneming kan aannemen of redelijkerwijs had
moeten aannemen dat niet is voldaan aan artikel 28, eerste lid, onder b.