1. Een bouwstof die de maximale emissiewaarden, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder
b overschrijdt, kan als IBC-bouwstof worden toegepast, indien:
a. de bouwstof voldoet aan de bij regeling van Onze Ministers gesteld maximale emissiewaarden
voor IBC-bouwstoffen;
b. de bouwstof ten minste het bij regeling van Onze Ministers bepaalde volume heeft en
aaneengesloten in een werk wordt toegepast;
c. isolatie-, beheers- en controlemaatregelen worden getroffen, die voldoen aan de daarvoor bij
regeling van Onze Ministers gestelde eisen en die zijn goedgekeurd door een bij regeling van
Onze Ministers aangewezen persoon of instelling.
2. Het is verboden IBC-bouwstoffen in oppervlaktewater toe te passen.