Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3

Artikel

Onderdeel van Besluit bodemkwaliteit

1. Voor de toepassing van de artikelen 5, eerste en tweede lid, 6, 7, 8, van hoofdstuk 4 en de daarop berustende bepalingen zijn, behoudens het tweede lid, burgemeester en wethouders van de gemeente waarin grond of baggerspecie op of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater, wordt toegepast, het bevoegd gezag. 2. Indien grond of baggerspecie op of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater, wordt toegepast binnen een inrichting die behoort tot een categorie van inrichtingen, die is aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, en op grond van artikel 8.2 van die wet een ander orgaan dan burgemeester en wethouders bevoegd gezag is of zou zijn, is dat andere orgaan het bevoegd gezag. 3. De waterkwaliteitsbeheerder is het bevoegd gezag voor degene die grond of baggerspecie toepast in oppervlaktewater.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel