1. Bij regeling van Onze Ministers wordt de wijze bepaald waarop wordt vastgesteld of
een materiaal aan te merken is als grond of baggerspecie.
2. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder grond of baggerspecie mede verstaan,
grond of baggerspecie die is vermengd met ten hoogste 20 gewichtsprocenten bodemvreemd
materiaal.
3. Op grond van milieuhygiënische overwegingen kunnen onze Ministers voor een
toepassing van grond of baggerspecie een lager gewichtspercentage bodemvreemd materiaal
vaststellen dan genoemd in het derde lid en hierover en over soorten toegestaan bodemvreemd
materiaal nadere regels stellen.