Bij regeling van Onze Ministers wordt bepaald welke van de in bijlage 1 van dit besluit
genoemde parameters voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen
worden gemeten ten behoeve van:
a. de vaststelling van de kwaliteit van grond of baggerspecie, met inbegrip van de
emissiewaarden voor toepassingen voor zover vereist op grond van artikel 63, en
b. de vaststelling van de kwaliteit van de bodem, waarop of waarin grond of baggerspecie wordt
toegepast.