1. Indien het bevoegd gezag de bodemkwaliteitsklasse niet heeft vastgelegd op een kaart,
stelt degene die voornemens is grond of baggerspecie toe te passen de bodemkwaliteitsklasse vast
op de bij regeling van Onze Ministers bepaalde wijze. Hierbij worden gegevens gebruikt die
afkomstig zijn van een persoon of een instelling die beschikt over een erkenning.
2. Het eerste lid geldt niet voor:
a. natuurlijke personen anders dan in de uitoefening van beroep of bedrijf;
b. degene die voornemens is grond of baggerspecie toe te passen binnen een landbouwbedrijf,
indien de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot dat landbouwbedrijf behorend perceel
waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel waar de grond of baggerspecie
wordt toegepast;
c. degene die voornemens is baggerspecie toe te passen, als bedoeld in artikel 35, onder f, g en i.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op het toepassen van grond of baggerspecie als
bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder h, met een duur van korter dan 6 maanden.