1. Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 65 blijft
geldig, indien voor dat tijdstip, dan wel uiterlijk een half jaar na dat tijdstip een vergunning is
verleend krachtens artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer of artikel 1, eerste of derde lid,
van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, voor de duur van de vergunning maar ten
hoogste voor drie jaar na dat tijdstip.
2. Voorzover een vergunning op grond van artikel 1, eerste of derde lid, van de Wet
verontreiniging oppervlaktewateren betrekking heeft op een handeling als bedoeld in artikel 35,
onder g, vervalt het desbetreffende deel van de vergunning.
3. In afwijking van het tweede lid vervallen de voorschriften van een vergunning waarbij
verspreidingsvakken worden aangewezen een half jaar na de datum van inwerkingtreding van dit
besluit.