Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 15.2

Kortdurende hulp

Onderdeel van Beleidsregel Wmo individuele voorzieningen gemeente Capelle aan den IJssel 2012

In principe worden voorzieningen alleen verstrekt als deze langdurig noodzakelijk zijn (Verordening artikel 22, lid 1 sub a). Er zijn echter uitzonderingen (zie niet limitatieve lijst hieronder). Bij kortdurende HH (≤ zes maanden) wordt afgeraden de hulp verstrekt te krijgen via een Pgb. 15.2.a Revalidatie Wanneer de aandoening die de oorzaak vormt voor de huishoudelijke beperkingen nog behandelmogelijkheden biedt, wordt in de regel geen hulp geïndiceerd. Hulp bij het huishouden kan in zo’n situatie immers antirevaliderend werken. Wel kan hulp bij het huishouden naast een te volgen behandeling of revalidatie worden geïndiceerd. Hierover is afstemming met de behandelaar nodig. Zo’n indicatie heeft dan in principe een korte geldigheidsduur, afgeleid van de duur van het behandel- of revalidatietraject. 15.2.b Realisatie voorliggende voorzieningen Bij personen, die nog geen gebruik maken van voorliggende voorzieningen, dient bekeken te worden in hoeverre er mogelijkheden aanwezig zijn om hiervan alsnog gebruik te maken. Van een belanghebbende wordt verwacht dat hij /zij alles in het werk stelt om zo snel mogelijk in aanmerking te komen voor voorliggende voorzieningen. In crisissituaties kan een kortdurende indicatie worden afgegeven. Gedurende deze periode kan de belanghebbende zorg dragen voor een voorliggende voorziening en/of een technisch hulpmiddel. Problematische financiële omstandigheden zijn geen reden om een tijdelijke indicatie te stellen. Ook zullen tijdelijke oplossingen zoals een gastgezin, buren of oppas aan huis als overbrugging meegewogen worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel