Een collectieve voorziening als bedoeld in artikel 39 onder a kan ten behoeve van de persoon met beperkingen in het referentiebudget worden geplaatst indien:

  • - aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken, én;
  • - de beperkingen adequaat kunnen worden opgelost middels een gemeenschappelijke rolstoel, én.
  • - hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van andere wettelijke regelingen niet toereikend zijn.