Een individuele voorziening als bedoeld in artikel 40, eerste lid onder a, b en c kan ten behoeve van de persoon met beperkingen in het referentiebudget of een persoonsgebonden budget worden geplaatst indien:

  • - een collectieve voorziening niet aanwezig is of geen adequate oplossing is voor de beperkingen, én;
  • - aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken, én;
  • - hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van andere wettelijke regelingen niet toereikend zijn.