Geldigheidsduur vergunning
Ingevolge artikel 2.23, lid 1, van de Wabo, kan in een omgevingsvergunning
worden bepaald dat zij geheel of gedeeltelijk geldt voor een daarin
aangegeven termijn. Het verbinden van een dergelijk voorschrift aan de
vergunning blijkt nodig te zijn om misbruik van (zeer) oude kapvergunningen
tegen te gaan. In de meeste gevallen zal de geldigheidsduur worden
vastgesteld op drie jaar. In het geval dat een vergunning is aangevraagd
voor meerdere bomen, bijvoorbeeld ten behoeve van een (grootschalig)
bouwproject, kan het bevoegd gezag de geldigheidsduur variabel
aanpassen.