Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Artikel 9

Onderdeel van Bomenverordening Lansingerland 2012

Bijzondere voorschriften Blijkens artikel 2.22, vierde lid, van de Wabo kunnen in een gemeentelijke verordening regels worden gesteld met betrekking tot het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning. In dit artikel zijn een aantal bijzondere voorschriften opgenomen. Dit artikel laat onverlet dat er ook nog andere voorschriften aan de vergunning kunnen worden verbonden, die niet zijn genoemd in dit artikel. Voorwaarde is wel dat deze voorschriften strekken tot bescherming van de belangen die het vergunningstelsel beoogd te beschermen. De voorschriften moeten concreet en precies worden uitgewerkt, bijvoorbeeld naar locatie, boomsoort of grootte. In het algemeen wordt ten aanzien van de herplantplicht bepaald dat de handelsmaat van de te herplanten bomen 16/18 cm moet bedragen. De handelsmaat is de omtrek van de stam gemeten op 100 cm hoogte. De herplantplicht moet binnen een jaar na het kappen van de boom plaatsvinden. Indien de boom wordt gekapt als onderdeel van een project, dan moet de herplantplicht plaatsvinden binnen een jaar na oplevering van dit project. Artikel 2.3, onder c, Wabo bepaalt dat het verboden is te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van een houtopstand. Een overtreding van dit verbod is een economisch delict op grond van artikel 1a, onderdeel 3, WED. Een omgevingsvergunning heeft een zaaksgebonden karakter. De omgevingsvergunning is niet gekoppeld aan de persoon van de houder, maar volgt – zolang de vergunning rechtskracht heeft – als het ware het project waarvoor de vergunning is verleend. Diegene die het project, te weten het vellen van de betreffende houtopstand, uitvoert is ervoor verantwoordelijk dat de daarin opgenomen voorschriften worden nageleefd. In het geval dat een vergunninghouder de omgevingsvergunning wil overdragen, dient hij dit ingevolge artikel 2.25 Wabo tenminste een maand van tevoren aan het bevoegd gezag te melden, onder vermelding van de in artikel 4.8 van het Besluit omgevingsrecht aangegeven gegevens. Het niet voldoen aan de meldingsplicht is op grond van artikel 1a, onderdeel 2, WED een economisch delict en wordt indien opzettelijk begaan in artikel 2, lid 1, WED aangemerkt als een misdrijf.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel