Bijzondere voorschriften
Blijkens artikel 2.22, vierde lid, van de Wabo kunnen in een gemeentelijke
verordening regels worden gesteld met betrekking tot het verbinden van
voorschriften aan de omgevingsvergunning. In dit artikel zijn een aantal
bijzondere voorschriften opgenomen. Dit artikel laat onverlet dat er ook nog
andere voorschriften aan de vergunning kunnen worden verbonden, die niet
zijn genoemd in dit artikel. Voorwaarde is wel dat deze voorschriften
strekken tot bescherming van de belangen die het vergunningstelsel beoogd te
beschermen.
De voorschriften moeten concreet en precies worden uitgewerkt, bijvoorbeeld
naar locatie, boomsoort of grootte. In het algemeen wordt ten aanzien van de
herplantplicht bepaald dat de handelsmaat van de te herplanten bomen 16/18
cm moet bedragen. De handelsmaat is de omtrek van de stam gemeten op 100 cm
hoogte. De herplantplicht moet binnen een jaar na het kappen van de boom
plaatsvinden. Indien de boom wordt gekapt als onderdeel van een project, dan
moet de herplantplicht plaatsvinden binnen een jaar na oplevering van dit
project.
Artikel 2.3, onder c, Wabo bepaalt dat het verboden is te handelen in strijd
met een voorschrift van een omgevingsvergunning voor het vellen of doen
vellen van een houtopstand. Een overtreding van dit verbod is een economisch
delict op grond van artikel 1a, onderdeel 3, WED.
Een omgevingsvergunning heeft een zaaksgebonden karakter. De
omgevingsvergunning is niet gekoppeld aan de persoon van de houder, maar
volgt – zolang de vergunning rechtskracht heeft – als het ware het project
waarvoor de vergunning is verleend. Diegene die het project, te weten het
vellen van de betreffende houtopstand, uitvoert is ervoor verantwoordelijk
dat de daarin opgenomen voorschriften worden nageleefd. In het geval dat een
vergunninghouder de omgevingsvergunning wil overdragen, dient hij dit
ingevolge artikel 2.25 Wabo tenminste een maand van tevoren aan het bevoegd
gezag te melden, onder vermelding van de in artikel 4.8 van het Besluit
omgevingsrecht aangegeven gegevens. Het niet voldoen aan de meldingsplicht
is op grond van artikel 1a, onderdeel 2, WED een economisch delict en wordt
indien opzettelijk begaan in artikel 2, lid 1, WED aangemerkt als een
misdrijf.