Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Titel 2

Artikel 3.3

Draagkracht en kwaliteit van de ondergrond

Onderdeel van Algemene verkoopvoorwaarden van onroerende zaken, niet zijnde bedrijfsterreinen  gemeente Kampen 2012

Koper wordt geacht ermee bekend te zijn dat in het kader van het Bouwrijp maken van de Onroerende zaak door of namens de Gemeente werkzaamheden zijn of zullen worden uitgevoerd van verschillende aard, waaronder werkzaamheden in de sfeer van ontgraving, aanvulling en ophoging van de grond. Als gevolg van deze werkzaamheden kan er plaatselijk sprake zijn van een geroerde ondergrond die bij de toekomstige bebouwing van invloed kan zijn op de funderingsdiepte c.q. de wijze van fundering. Ook kan sprake zijn van lichte funderingsresten, gedempte putten en/of waterlopen en dergelijke, alsmede van eigenschappen van de bodem, die verband houden met de natuurlijke gesteldheid daarvan en die voor de bebouwing van het terrein van betekenis kunnen zijn. De Gemeente is niet aansprakelijk voor mogelijk door Koper of diens rechtsopvolger(s) te maken (meer)kosten, die verband houden met de draagkracht en de natuurlijke gesteldheid van de bodem, ofwel met de mogelijke, in het vorige artikellid genoemde gevolgen van de werkzaamheden die in het kader van het Bouwrijp maken zijn uitgevoerd. Koper dient bij de bebouwing van de Onroerende zaak de daarbij vrijkomende grond binnen de perceelsgrenzen van de Onroerende zaak te verwerken. Indien dit niet mogelijk is, dient Koper de vrijkomende grond in overleg met en met goedkeuring van de Gemeente af te voeren. Alle hiermee gemoeide kosten zijn voor rekening van Koper.

Rechtspraak bij dit artikel