Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: 1. Medewerker
De ambtenaar in de zin van artikel 1:1, eerste lid, onder a van de CAR.
2. Schaal
De schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, onder a van de CAR.
3. Salaris
Het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, onder b van de CAR.
4. Bezoldiging
De bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder c van de CAR.
5. Uurloon
Het uurloon als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder o van de CAR.
6. Aanloopschaal
De schaal die één of twee schalen onder de bij de functie behorende functieschaal ligt.
7. Functieschaal
De schaal die met behulp van functiewaardering is vastgesteld voor een functie.
8. Uitloopschaal
De schaal onmiddellijk gelegen boven de functieschaal.
9. Maximumsalaris
Het hoogste bedrag van een salarisschaal zonder uitloopperiodieken.
10. Uitloopperiodiek
De periodieke verhoging volgend op de maximale periodiek van de voor de functie geldende salarisschaal die de medewerker in dienst van de gemeente vóór 1-1-2011 kan ontvangen.
11. Conversie
De vertaling van de resultaten van functiewaardering naar de salarisschalen met behulp van de daartoe vastgestelde tabel.
12. Betrekking
De betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder b van de CAR.
13. Volledige betrekking
De volledige betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder k van de CAR.