Een instelling die voor de eerste maal voor subsidie in aanmerking wenst te komen, dient vóór 1 februari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, bij het college een aanvraag in te dienen vergezeld van de volgende stukken:
een activiteitenplan voor het subsidiejaar waarop de aanvraag betrekking heeft;
een begroting van baten en lasten voor het subsidiejaar waarop de aanvraag betrekking heeft;
een afschrift van haar, in een notariële akte opgenomen statuten;
een opgave van de bestuurssamenstelling;
een overzicht van haar financiële situatie op het moment dat de subsidie wordt aangevraagd;
de balans van het subsidiejaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd;
een jaarverslag over het subsidiejaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd.
Een instelling die over een eigen accommodatie beschikt, dient bij de aanvraag tot subsidieverlening tevens een voortschrijdend meerjarig onderhoudsplan te overleggen.
Het activiteitenplan dient ten minste te bevatten:
de doelstelling(en) van de instelling;
een overzicht van de te ontplooien activiteiten (uitgedrukt in meetbare prestaties) waarmee de instelling deze doelstelling(en) tracht te realiseren;
een vermelding per activiteit van de benodigde personele en materiële middelen.
Het college is bevoegd om in aanvulling op de algemene bepalingen van deze verordening, in overeenstemming met de artikelen 4:37 en 4:38 van de wet nadere verplichtingen op te leggen ten aanzien van de subsidieverlening.
Het college treedt na ontvangst van de aanvraag in overleg met de instelling.
Op een aanvraag bedoeld in het eerste lid beslist het college nadat de raad de eerstvolgende programmabegroting inclusief het subsidieoverzicht, als bedoeld in artikel 3 van deze verordening, heeft vastgesteld.
Uiterlijk twee weken nadat de raad de integrale begroting heeft vastgesteld wordt, overeenkomstig artikel 4:29 van de wet, de beschikking tot subsidieverlening door het college vastgesteld en verzonden.
Een eerste subsidieaanvraag die niet vóór 1 februari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar waarop de aanvraag betrekking heeft, wordt ontvangen, wordt niet in behandeling genomen, tenzij de termijnoverschrijding naar het oordeel van het college verschoonbaar is.
Artikel 11 Voortzetting subsidie
Een instelling waarmee de gemeente reeds een subsidierelatie onderhoudt, dient vóór 1 april van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, bij het college een aanvraag in te dienen vergezeld van een activiteitenplan en een begroting.
Het activiteitenplan dient ten minste te bevatten:
de doelstelling(en) van de instelling;
een overzicht van de te ontplooien activiteiten (uitgedrukt in meetbare prestaties) waarmee de instelling deze doelstelling(en) tracht te realiseren;
een vermelding per activiteit van de benodigde personele en materiële middelen.
Een instelling die over een eigen accommodatie beschikt, dient bij de aanvraag tot subsidieverlening tevens een voortschrijdend meerjarig onderhoudsplan te overleggen.
Het college is bevoegd om in aanvulling op de algemene bepalingen van deze verordening, in overeenstemming met de artikelen 4:37 en 4:38 van de wet nadere verplichtingen op te leggen ten aanzien van de subsidieverlening..
Het college treedt na ontvangst van de aanvraag in overleg met de instelling.
Op een aanvraag bedoeld in het eerste lid beslist het college nadat de raad de eerstvolgende programmabegroting inclusief het subsidieoverzicht, als bedoeld in artikel 3 van deze verordening, heeft vastgesteld..
Uiterlijk twee weken nadat de raad de integrale begroting heeft vastgesteld wordt, overeenkomstig artikel 4:29 van de wet, de beschikking tot subsidieverlening door het college vastgesteld en verzonden.
Een subsidieaanvraag die niet vóór 1 april van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar waarop de aanvraag betrekking heeft, wordt ontvangen, wordt niet in behandeling genomen, tenzij de termijnoverschrijding naar het oordeel van het college verschoonbaar is.
Een subsidieaanvraag die betrekking heeft op nieuw beleid dient vóór 1 februari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft te worden ingediend.
Artikel 12 Weigering subsidie voor een nieuw tijdvak
Indien aan een instelling voor drie of meer achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten, geschiedt gehele of gedeeltelijke weigering van de subsidie voor een daarop aansluitend tijdvak op de grond, dat veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten, slechts met inachtneming van een redelijke termijn.
Voor zover aan het einde van het tijdvak waarvoor subsidie is verleend sedert de bekendmaking van het voornemen tot weigering voor een daarop aansluitend tijdvak nog geen redelijke termijn is verstreken, wordt de subsidie voor het resterende deel van die termijn verleend, zo nodig in afwijking van artikel 4:25, tweede lid, van de wet.
Artikel 13 Formeel overleg
Met iedere budgetgesubsidieerde instelling vindt minimaal twee keer per jaar formeel ambtelijk overleg plaats.
Met iedere budgetgesubsidieerde instelling kan ieder jaar tevens formeel bestuurlijk overleg plaatsvinden.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1.
Artikel 10
Eerste subsidieaanvraag
Onderdeel van Subsidieverordening Welzijn 2004