Dit artikel regelt in overeenstemming met artikel 4:51 Awb het stopzetten of verminderen van de subsidie als gevolg van gewijzigde inzichten na afloop van het subsidietijdvak, indien aan een instelling voor drie of meer achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten. Voor deze maatregel dient een redelijke termijn in acht te worden genomen. Ook dient ingevolge artikel 4:25, tweede lid, van de Awb het voornemen tot verlagen of stopzetten tijdig aangekondigd te worden.
Artikel 13 Formeel overleg
Ten aanzien van het formele overleg wordt een onderscheid gemaakt tussen de grote en kleine instellingen. Het overleg met de kleine instellingen is niet formeel in de verordening geregeld. Zij worden telefonisch benaderd. De instelling wordt altijd de mogelijkheid tot zowel ambtelijk als bestuurlijk overleg geboden.
Voor de grote instellingen vindt het formele overleg als volgt plaats:
ambtelijk overleg in januari en mei;
bestuurlijk overleg in februari en augustus/september.
Ad a ambtelijk overleg:
Ambtelijk overleg in januari
In januari vindt op een beleidsmatig overleg plaats. Uitgangspunt zijn de vastgestelde beleidsuitgangspunten.
De grote instellingen hebben op basis van de ervaringen in de afgelopen subsidiejaren al voordat de subsidieaanvraag wordt ingediend voldoende notie van hun activiteitenprogramma, welke activiteiten worden gecontinueerd en voor welke nieuwe activiteiten zij mogelijk subsidie willen aanvragen. Dit is niet onbelangrijk, omdat eventuele aanvragen voor nieuw beleid kunnen worden meegenomen bij de afwegingen voor de voorjaarsnota. Dit betekent dat het eerste ambtelijk overleg voor het nieuwe subsidiejaar reeds in januari moet plaatsvinden. Het overleg kan dan aan de instelling handvatten reiken voor de in te dienen begroting en het activiteitenplan. Hierdoor kunnen vraag en aanbod op elkaar worden afgestemd.
Ambtelijk overleg in mei In april worden de subsidieaanvragen ambtelijk beoordeeld en de conceptbeschikkingen opgesteld. De instellingen worden vervolgens schriftelijk van de resultaten op de hoogte gebracht en voor een gesprek in de tweede helft van mei uitgenodigd. Dan kan ook de conceptbeschikking tot subsidieverlening met de instelling worden doorgenomen. Indien daartoe aanleiding is, kan eveneens de subsidieverantwoording over het voorgaande subsidiejaar onderwerp van gesprek vormen. Op basis van dit gesprek kan de subsidieaanvraag eventueel worden aangepast. Eventueel kan hierover uiterlijk in de derde week van juni nog een gesprek gevoerd worden. Bij deze gesprekken zijn de beleidsinhoudelijk verantwoordelijke ambtenaar en de subsidiecoördinator aanwezig.
Ad b. Bestuurlijk overleg:
Bestuurlijk overleg in februari Indien tijdens het ambtelijk overleg in januari mogelijke consequenties voor de gemeentebegroting aan de orde komen, vindt in de maand februari bestuurlijk overleg plaats. Eventuele uitkomsten van het bestuurlijk overleg kunnen dan in het traject rondom de besluitvorming van de voorjaarsnota meegenomen worden.
Bestuurlijk overleg in augustus/september Na de tervisielegging van het concept-subsidieoverzicht wordt de instellingen de gelegenheid geboden bestuurlijk overleg aan te vragen. Op deze wijze kunnen de instellingen onderwerpen onder de aandacht brengen die voor de besluitvorming rondom de subsidieverstrekking van belang zijn. Bij deze gesprekken zijn de verantwoordelijk portefeuillehouder en de beleidsinhoudelijk verantwoordelijke ambtenaar aanwezig.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1.
Artikel 12
Weigering subsidie voor een nieuw tijdvak
Onderdeel van Subsidieverordening Welzijn 2004