Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.2.

Artikel 19

Egalisatiereserve

Onderdeel van Subsidieverordening Welzijn 2004

Budgetsubsidiëring impliceert dat instellingen zelf geheel verantwoordelijk zijn voor hun bedrijfsvoering en tegenvallers in de exploitatie zelf moeten opvangen. Hiertoe dienen de instellingen over een financiële buffer te beschikken. Met het invoeren van deze bepaling wordt tegemoet gekomen aan één van de aanbevelingen uit het rapport “De subsidierelatie doorgelicht”. De betreffende aanbeveling geeft aan, dat de instellingen de mogelijkheid moeten krijgen voldoende egalisatiereserve op te bouwen en in stand te houden. Het rapport “De subsidierelatie doorgelicht” spreekt in dit geval van weerstandsvermogen. Het verschil tussen egalisatiereserve en weerstandsvermogen is, dat de egalisatiereserve zich beperkt tot het verleende subsidiebedrag en de daarbij behorende activiteiten, terwijl het weerstandsvermogen betrekking heeft op de gehele vermogenspositie van de instelling. De egalisatiereserve mag uitsluitend worden opgebouwd uit voordelige exploitatiesaldi van een budgetsubsidie. In dit artikel wordt het aanhouden van een egalisatiereserve vastgelegd. Hieraan zijn echter wel voorwaarden verbonden. Op de eerste plaats dient de egalisatiereserve gebruikt te worden voor (onvoorziene) tegenvallers bij de door de gemeente gesubsidieerde activiteiten. Dit sluit de aanwending voor nieuw beleid uit. Op de tweede plaats dient de instelling zich schriftelijk tegenover de gemeente over de aanwending van deze reservemiddelen te verantwoorden. Deze voorwaarde sluit aan bij artikel 4:72 van de Awb. Over onttrekkingen aan de egalisatiereserve wordt door middel van de subsidieafrekening verantwoording afgelegd aan het college. De omvang van de (totale) egalisatiereserve is aan een plafond verbonden. De maximale hoogte is bepaald op 25% van het bedrag van de subsidie van het jaar van vaststelling. De hoogte van de egalisatiereserve wordt mede bepaald door het risicoprofiel. Dit profiel wordt gemaakt door middel van een analyse van de laatste begroting en jaarrekening. Ook toekomstige ontwikkelingen spelen hierbij een rol. Aan de inkomstenkant wordt bezien welke inkomsten gegarandeerd zijn en welke niet. Aan de uitgavenkant wordt bezien welke kosten binnen de termijn van een jaar beïnvloedbaar zijn en welke niet. Naarmate de beïnvloedingsmogelijkheden groter zijn, neemt het risico af. Het rapport “De subsidierelatie doorgelicht” beveelt aan om voor de grote instellingen een risicoparagraaf deel uit te laten maken van de subsidieverantwoording, welke aanbeveling in artikel 18 is overgenomen. Het opstellen van een risicoparagraaf veronderstelt de aanwezigheid van een risicoprofiel. Naast de egalisatiereserve is het mogelijk andere reserves aan te houden. Indien deze overige reserveringen ten laste van het door het college verleende subsidie gebracht worden, is hier toestemming van het college voor nodig. Dit specifieke verzoek kan worden ingediend bij het aanbieden van de begroting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel