Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 31

Slotbepaling

Onderdeel van Subsidieverordening Welzijn 2004

Deze verordening kan worden aangehaald als Subsidieverordening Welzijn 2004. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de datum van haar bekendmaking. Vastgesteld in de openbare vergadering , de griffier, de voorzitter, Artikelsgewijze toelichting bij de Subsidieverordening Welzijn 2004 Inleiding In oktober 2008 heeft de raad de 1e wijzing van de Subsidieverordening Welzijn 2004 vastgesteld. In de praktijk blijkt echter dat enkele artikelen kunnen leiden tot een verschil in interpretatie. Om dit in de toekomst te voorkomen zijn de betreffende artikelen tekstueel aangepast. Uitvoering van de subsidieverordening is formeel opgedragen bij het college. Ter voorkoming van misverstanden omtrent de bevoegdheid tot het afgeven van een subsidiebeschikking is deze bepaling uitgebreid en is expliciet aangegeven dat de jaarlijkse beschikking een besluit van het college is. Daartoe zijn de artikelen 10,11, 23 en 24 aangepast door expliciet aan te geven dat het college, na het vaststellen van de begroting, een besluit neemt over de subsidieverlening en daartoe een beschikking opstelt en verstuurt. Artikel 4, tweede lid is aangepast aan de uitvoeringspraktijk. Het subsidieoverzicht bevat alleen financiële gegevens. Het toetsingskader voor de activiteiten is vastgelegd in de op het moment van subsidieverstrekking geldende beleidsnotities. Daarnaast is in de 1e wijziging van de Subsidieverordening ten onrechte aangegeven dat het subsidieoverzicht onderdeel uit maakt van de bijlagen bij de productenraming. Het subsidieoverzicht maakt echter onderdeel uit van het bijlagenboek bij de programmabegroting.. Daarom is in de artikelen 1, 3, 10, 11, 23 en 24 het woord productenraming vervangen door programmabegroting. 1e wijziging van de Subsidieverordening Welzijn 2004 Bij het vaststellen van de begroting 2008 heeft de raad een motie aangenomen betreffende het Welzijnsjaarprogramma (WJP). In de motie wordt het College verzocht met ingang van 2009 het WJP te laten vervallen en vervolgens de afzonderlijke subsidiebedragen per instelling, project of doel op te nemen in de in de programmabegroting van het betreffende jaar. Het college heeft besloten om deze motie uit te voeren. Dit heeft geleid tot een 1e wijziging van de Subsidieverordening die in oktober 2008 is vastgesteld. Om invulling aan deze motie te geven is de subsidieverordening 2004 aangepast. Het Welzijnsjaarprogramma wordt met ingang van 2009 vervangen door een bijlage bij de programmabegroting. In deze bijlage, het zgn. subsidieoverzicht, staan de voor dat jaar voor subsidiebeschikbare bedragen per instelling. Van deze wijziging wordt gebruik gemaakt om de grens tussen budgetgesubsidieerde (grote) instellingen en waarderingsgesubsidieerde instellingen (kleine) instellingen te verhogen van € 25.000,- naar € 50.000,-. Enkele instellingen zijn gedurende de afgelopen periode door de jaarlijkse indexering over de grens van € 25.000,- gegaan. Dit brengt voor deze instellingen een over evenwichtige verzwaring van de administratieve last met zich mee. Tenslotte zijn ter verduidelijking in de artikelen 18 lid 4 en 5 en 19 lid 1 en 4 (taalkundige) aanpassingen verwerkt. De strekking van beide artikelen blijft onveranderd. In dit verband verwezen wij naar het bepaalde in artikel 8, 18 en 19 van de verordening. Historisch overzicht: subsidieverordeningen 2002 en 2004 Op 5 juni 2000 heeft de onderzoekscommissie met betrekking tot de verstrekking en verantwoording van subsidies aan welzijnsinstellingen voor 1998, haar rapport “De subsidierelatie doorgelicht” uitgebracht. De algemene conclusie van het onderzoek is, dat binnen het in 1994 ingevoerde systeem van budgetsubsidiëring de subsidieverordening niet geheel in praktijk is gebracht. Ook is vastgesteld, dat op onderdelen aanpassing van de verordening noodzakelijk is. Het rapport “De subsidierelatie doorgelicht” geeft een aantal momenten in het huidige subsidietraject aan waar onduidelijkheid bestaat. De subsidieverordening die in juli 1998 is vastgesteld, bood onvoldoende handvatten om deze onduidelijkheid op te heffen. Naar aanleiding hiervan is in december 2001 de notitie "Subsidiebeleid op de rails" vastgesteld. De notitie tracht duidelijkheid te verschaffen in de uitgangspunten van het subsidiebeleid en geeft handreikingen ter verbetering van de subsidieverordening. In 2002 is hierop de Subsidieverordening Welzijn 2002 vastgesteld. Eén van de voornaamste wijzigingen ten opzichte van de subsidieverordening uit 1998 was om binnen het subsidiebeleid een onderscheid te maken tussen budgetgesubsidieerde (grote) instellingen en waarderingsgesubsidieerde (kleine) instellingen Bij het vaststellen van de subsidieverordening Welzijn 2002, is afgesproken dat deze in 2004 zou worden geëvalueerd. Bij het vaststellen van de Subsidieverordening Welzijn 2004 is tevens gebruik gemaakt van de gelegenheid om artikel 8 (bevoorschotting) van de verordening te wijzigen. Dit om de bevoorschotting van de budgetgesubsidieerde in overeenstemming te brengen met de gemeentelijke systematiek die wordt gehanteerd bij overige financiële transacties. Daartoe is het in de Subsidieverordening Welzijn 2002 gehanteerde betalingsritme (60% in februari en 40% in juli) gewijzigd. Het voorschot wordt in 12 gelijke (maandelijkse) gedeelten betaalbaar gesteld. Voor de waarderingsgesubsidieerde instellingen is de bevoorschotting ongewijzigd. Dit om voor hen de administratie niet nodeloos te belasten met extra handelingen. Ook werd van deze wijziging gebruik gemaakt om het artikel 19 over de vorming van de egalisatiereserve aan te scherpen. Hierbij is een maximale door het college te bepalen hoogte van deze reserve aangegeven en is aangegeven dat instellingen hun exploitatieoverschot mogen aanwenden voor het opbouwen van deze reserve.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel