**1.** In deze verordening wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet werk en bijstand (Stbl. 2003, 375);
b. alleenstaande: de ongehuwde van 27 tot 65 jaar die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte (afgeleid van artikel 4 onder a. van de wet);
als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is (afgeleid van artikel 3, lid 2 van de wet);
c. alleenstaande ouder: de ongehuwde van 27 tot 65 jaar die de volledige zorg heeft voor één of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte (afgeleid van artikel 4 onder b. van de wet);
d. gehuwden: de gehuwde personen van 27 tot 65 jaar; als gehuwd wordt mede aangemerkt degene die als partner geregistreerd staat of met wie een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte (afgeleid van artikel 3, lid 2 onder a. van de wet);
e. gezamenlijke huishouding: twee personen die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins (artikel 3, lid 3 en 4 van de wet);
f. kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind (artikel 4 onder d. van de wet);
g. ten laste komend kind: het kind, jonger dan 18 jaar, voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde/samenwonende aanspraak op kinderbijslag kan maken (artikel 4 onder e. van de wet);
h. gezin: de gehuwden/samenwonenden tezamen, de gehuwden/samenwonenden met de tot hun last komende kinderen; de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen (artikel 4 onder c. van de wet);
i. belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken; (hoofdstuk 2, artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht);
j. kostgever: degene die tegen het ontvangen van een bepaalde vergoeding kost en inwoning verleent aan derden;
k. kostganger: degene die tegen betaling van een bepaalde vergoeding kost en inwoning ontvangt;
m. onderverhuurder: degene die een deel van zijn/haar woning tegen een bepaalde prijs aan een ander verhuurt;
n. onderhuurder: degene die tegen een bepaalde vergoeding een deel van een door een ander bewoonde woning huurt;
o. woning: een woonruimte of een woonwagen als bedoeld in artikel 1 van de Huisvestingswet (1 oktober 1992, Stbl. 548);
p. woonschip: een schip dat uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd wordt of bestemd is voor bewoning (artikel 1, lid 2 onder c. van de Huisvestingswet (1 oktober 1992, Stbl. 548);
q. woonkosten:
indien een huurwoning of -woonschip wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van het lopende huursubsidietijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Huursubsidiewet, artikel 1 onder d. (Stbl. 1998, 462);
indien een eigen woning of woonschip wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning of woonschip verschuldigde hypotheekrente. Voorts kunnen tot de woonkosten worden gerekend de in verband daarmee samenhangende zakelijke lasten zoals:
- eigenaarsaandeel onroerend-goedbelasting;
- waterschapslasten;
- erfpachtcanon;
verzekeringspremies tegen brand- en stormschade en kosten van groot onderhoud;
r. overige kosten: tot de overige kosten kunnen o.a. worden gerekend:
- de aan de woning verbonden kosten van verzekeringen en belastingen;
- de kosten van het vastrecht van nutsbedrijven en kabelaansluiting;
- de kosten van contributies en abonnementen;
- de kosten van duurzame gebruiksgoederen;
s. zorgbehoevende: de persoon waarvan door een daartoe aangewezen instantie is vastgesteld dat hij zonder zorgverlening opgenomen dient te worden in een instelling voor verpleging en verzorging.
t. schoolverlater: degene die recent de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding op grond waarvan aanspraak bestond op studiefinanciering (WSF) of een tegemoetkoming in de studiekosten (WTS).