In deze verordening wordt verstaan onder:
a. Ongewenste omgangsvormen
Elke handeling, gedraging of feitelijkheid bij of in verband met de arbeid die een ander kwetst of redelijkerwijs kan kwetsen. De handeling, gedraging of feitelijkheid houdt verband met persoonlijke kenmerken van een medewerker en is van zodanige aard dat het de waardigheid en/of lichamelijke integriteit van de medewerker aantast. Persoonlijke kenmerken zijn onder andere ras, leeftijd, geslacht, godsdienst, politieke gezindheid, levensovertuiging en seksuele geaardheid.
b. Vertrouwenspersoon
De door burgemeester en wethouders op grond van artikel 4 benoemde persoon die als eerste aanspreekpunt bij vermoedens van of klachten over ongewenste omgangsvormen fungeert.
c. Klachtencommissie
De onafhankelijke commissie als bedoeld in artikel 7.
d. Klager
De natuurlijke persoon die geconfronteerd is met ongewenste omgangsvormen en hierover een klacht heeft ingediend bij de vertrouwenspersoon of de klachtencommissie.
e. Aangeklaagde
De natuurlijke persoon tegen wie een klacht over ongewenste omgangsvormen is ingediend.
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening klachtenprocedure ongewenste omgangsvormen 2005