Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening klachtenprocedure ongewenste omgangsvormen 2005

In deze verordening wordt verstaan onder: a. Ongewenste omgangsvormen Elke handeling, gedraging of feitelijkheid bij of in verband met de arbeid die een ander kwetst of redelijkerwijs kan kwetsen. De handeling, gedraging of feitelijkheid houdt verband met persoonlijke kenmerken van een medewerker en is van zodanige aard dat het de waardigheid en/of lichamelijke integriteit van de medewerker aantast. Persoonlijke kenmerken zijn onder andere ras, leeftijd, geslacht, godsdienst, politieke gezindheid, levensovertuiging en seksuele geaardheid. b. Vertrouwenspersoon De door burgemeester en wethouders op grond van artikel 4 benoemde persoon die als eerste aanspreekpunt bij vermoedens van of klachten over ongewenste omgangsvormen fungeert. c. Klachtencommissie De onafhankelijke commissie als bedoeld in artikel 7. d. Klager De natuurlijke persoon die geconfronteerd is met ongewenste omgangsvormen en hierover een klacht heeft ingediend bij de vertrouwenspersoon of de klachtencommissie. e. Aangeklaagde De natuurlijke persoon tegen wie een klacht over ongewenste omgangsvormen is ingediend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel