Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Richtlijn voor de behandeling van klachten

1, sub a. In overeenstemming met de wens van de wetgever is de omschrijving van het begrip klacht ruim. Het moet gaan om een uiting van ongenoegen, mondeling of schriftelijk, omtrent een gedraging in een bepaalde aangelegenheid van een bestuursorgaan of de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen jegens de klager zelf of jegens iemand anders. De zinsnede dat de klacht "een bepaalde aangelegenheid" moet betreffen beoogt uit te sluiten dat klachten over beleid of regelgeving van het bestuursorgaan klachten zijn als bedoeld in de Awb en deze richtlijn. Klachten die betrekking hebben op de technische uitvoering van werkzaamheden en de infrastructuur, zoals een losliggende trottoirtegel, zijn meldingen en vallen niet onder het begrip klacht. Pas wanneer op de melding niet adequaat wordt gereageerd wordt het een klacht (punten 2.5 en 2.6). De zinsnede “jegens een ander” betekent dat de klacht ook betrekking kan hebben op een gedraging die niet jegens de klager zelf is begaan. In dat geval geldt echter alleen de plicht tot behoorlijke klachtbehandeling volgens art. 9:2 Awb, ongeacht of het om een mondelinge dan wel schriftelijke klacht gaat. Op grond van art. 9:4 aanhef Awb behoeft de procedure van afdeling 9.2 voor de behandeling van klachten niet te worden gevolgd. Voor de klachtbehandeling is de instemming van de ander niet vereist. De richtlijn heeft betrekking op klachten over de raad (als geheel); de commissies ex art. 82 van de Gemeentewet, het college en individuele collegeleden, de burgemeester; de gemeentesecretaris, de directeuren, personen werkzaam onder verantwoordelijkheid van het college, de griffier en medewerkers van de griffie. Over de raad als geheel kan formeel worden geklaagd, over een individueel raadslid niet. Het raadslid is geen zelfstandig bestuursorgaan en functioneert ook niet onder verantwoordelijkheid van de raad. Over de gedraging van een wethouder kan wel geklaagd worden, omdat een individuele wethouder in de dagelijkse praktijk zelfstandige bevoegdheid kan hebben. Desalniettemin wordt een klacht tegen een lid van het college beschouwd gericht te zijn tegen het college. Klachten van een medewerker over een gedraging van een andere medewerker jegens hem vallen onder de werking van de Awb en deze richtlijn. In afwijking van de voor klachten over medewerkers in punt 6.1, sub a voorgeschreven procedure worden deze klachten behandeld op een centrale plaats in de organisatie, te weten door de gemeentesecretaris (punt 6.1, sub b). Hiervoor is gekozen om deze op zich weinig voorkomende klachten boven het niveau van een dienst te tillen. Bovendien wordt hierdoor een heldere oplossing gegeven voor klachten van een medewerker over een medewerker van een andere dienst. 2.4. Uitgezonderd van de richtlijn zijn klachten die onder een bijzondere regeling vallen. Momenteel zijn dat uitsluitend de klachten over seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Voor deze klachten is voorzien in een externe regionale klachtencommissie, die vervolgens advies uitbrengt aan het bevoegde bestuursorgaan. Reden voor instelling van deze commissie is gelegen in het feit dat de aard van de klachten met zich meebrengt dat advisering hierover dient plaats te vinden door personen met een specifieke deskundigheid op dit terrein. De richtlijn is ook niet van toepassing op klachten over de bezwarencommissies, over de commissie “de Basis” primair onderwijs, over aan de gemeente gerelateerde instanties met eigen rechtspersoonlijkheid en over hun medewerkers. Deze commissies en instellingenhebben formeel hun eigen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden en dienen zelf zorg te dragen voor de afhandeling van binnengekomen klachten

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel