Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Klachten over buitengewoon opsporingsambtenaren

Onderdeel van Richtlijn voor de behandeling van klachten

De buitengewoon opsporingsambtenaar neemt een bijzondere positie is. Bij klachten over het optreden van de buitengewoon opsporingsambtenaar met betrekking tot de uitoefening van zijn bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar treedt namelijk artikel 42 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar in werking. Toepassing van dit artikel leidt tot de volgende procedure. De klacht over het optreden van een buitengewoon opsporingsambtenaar betreffende de uitoefening van diens bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar komt binnen bij de werkgever. Deze bericht de klager de ontvangst van de klacht en informeert over de voor hem geldende klachtenprocedure met de uiterlijke termijn waarop een oordeel van de ingediende klacht tegemoet kan worden gezien. Een afschrift van de klacht wordt terstond aan de toezichthouder (de hoofdofficier van justitie) en de direct toezichthouder (de korpschef) gezonden. De toezichthouder stelt een onderzoek in naar de klacht. Het onderzoek richt zich op de toetsing van de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van de bevoegdheden van de buitengewone opsporingsambtenaar tegen wie de klacht is gericht. Tegelijkertijd kan de werkgever, conform de eigen klachtenprocedure, de klacht onderzoeken. De toezichthouder formuleert zijn oordeel aan de hand van het onderzoek en doet zijn oordeel toekomen aan de werkgever. De werkgever doet de klacht af, en neemt bij de beantwoording van de klacht het oordeel van de toezichthouder in acht.

Rechtspraak bij dit artikel