Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.5

Ontvankelijkheid

Onderdeel van Verordening op de behandeling van klachten

1. Het bestuursorgaan is niet verplicht de klacht te behandelen, indien zij betrekking heeft op een gedraging: waarover reeds eerder een klacht is ingediend die met inachtneming van het bepaalde in deze verordening is behandeld; die langer dan een jaar voor indiening heeft plaatsgevonden; waartegen door de klager bezwaar gemaakt had kunnen worden of waartegen door de klager beroep kan of kon worden ingesteld; die door het instellen van een procedure aan het oordeel van een andere rechterlijke instantie dan een administratieve rechter onderworpen is, dan wel onderworpen is geweest of zolang ter zake daarvan een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is, dan wel indien de gedraging deel uitmaakt van de opsporing of vervolging van een strafbaar feit en ter zake van dat feit een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging sprake is. 2. Een klacht wordt niet in behandeling genomen, indien: het belang van de klager dan wel het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is; niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 2.1, tweede en derde lid en klager de voor behandeling vereiste gegevens niet binnen twee weken nadat klager op de tekortkoming is gewezen, heeft verstrekt. 3. Van het niet in behandeling nemen van de klacht wordt de klager zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift schriftelijk in kennis gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel