Provinciaal beleid grond- en baggerverzet
In de Provinciale Milieuverordening (PMV) is beschreven hoe omgegaan moet worden met het ontgraven en toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. In deze gebieden geldt een strenger beleid voor het toepassen van grond dan buiten deze gebieden.
Naast de waterwin-, grondwaterbeschermingsgebieden zijn er andere beschermingsgebieden die door de provincie zijn aangewezen: Ecologische Hoofdstructuur gebieden (EHS), aardkundig waardevolle gebieden, archeologisch waardevolle gebieden en gebieden met cultuurhistorische waarden. Voorafgaand aan het ontgraven en toepassen van grond in de voornoemde beschermingsgebieden moet altijd afstemming plaatsvinden met de provincie.
Gemeentelijk beleid grond- en baggerverzet
De verantwoordelijkheid van de eigenaar/erfpachter ligt verankerd in de wettelijke zorgplicht:
- - algemene zorgplicht in het kader van de Wet milieubeheer (artikel 1.1.a): achterwege laten van handelingen, die nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken;
- - zorgplicht uit de Wet bodembescherming (artikel 13): een ieder die handelingen verricht, die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, is verplicht preventieve en zo nodig herstellende maatregelen te treffen;
- - zorgplicht voor handelingen betreffende afvalstoffen. Met afvalstoffen wordt gedoeld op bijlage 1 van EU-richtlijn afvalstoffen van 1975.
Grond afkomstig uit een bodemkwaliteitszone van de gemeente Bladel
De gemeente Bladel staat de bodemkwaliteitskaart toe als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van de grond. Om een bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel bij grondverzet te hanteren moet in algemene zin aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
- - de bodemkwaliteitskaart moet zijn opgesteld conform de richtlijn bodemkwaliteitskaarten;
- - de toe te passen partij grond moet afkomstig zijn uit een bodemkwaliteitszone;
- - de toe de passen partij grond moet afkomstig zijn uit een bodemlaag die in de bodemkwaliteitskaart is gedefinieerd;
- - op de locatie van herkomst mogen geen bodemverontreinigende activiteiten hebben plaatsgevonden;
- - als de partij ook is voorzien van een geldig ander bewijsmiddel (partijkeuring, erkende kwaliteitsverklaring) dan geldt dat andere bewijsmiddel als milieuhygiënische verklaring, omdat deze een directere uitspraak doet over de kwaliteit van de betreffende partij grond of bagger.
Aan de eerste voorwaarde is voldaan met het opstellen van de bodemkwaliteitskaart. Of aan voorwaarde 2 en 3 wordt voldaan is afhankelijk van de specifieke situatie. Aan voorwaarde 4 kan worden voldaan door het uitvoeren van de historisch check.
Historische check
Wanneer de bodemkwaliteitskaart wordt gebruikt als milieuhygiënische verklaring, moet worden voorkomen dat grond afkomstig van locaties, waarvan in alle redelijkheid kan worden vermoed dat de bodem verontreinigd is, zonder onderzoek elders wordt toegepast.
Dit betekent dat altijd tenminste een historisch check moet worden uitgevoerd. Dit moet gebeuren aan de hand van het overleggen van het ingevulde formulier van bijlage 6.
Ook andere onderzoeken, die vergelijkbare informatie leveren ten aanzien van de aan- of afwezigheid van verdachte activiteiten, kunnen volstaan als historisch onderzoek. Dit zal per geval door de gemeente worden beoordeeld.
Als uit de historische check blijkt dat in alle redelijkheid sprake is van een locatie waar mogelijk bodemverontreiniging aanwezig is kan geen gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel. Hiervan is in elk geval sprake als:
- - lokale ophogingen of dempingen hebben plaatsgevonden;
- - op de locatie een bedrijf gevestigd is (geweest) waarbij mogelijk bodemverontreiniging is ontstaan. Hiertoe behoren ook de agrarische bouwblokken;
- - op de locatie een ondergrondse brandstoftank aanwezig is (geweest);
- - de locatie bekend is als een zogenaamd “WBB-geval” (o.a. gesaneerde locaties);
- - bodemvreemd materiaal of andere zintuiglijke afwijkingen worden aangetroffen die duiden op een plaatselijke bodemverontreiniging (puin, koolas, sintels, asbest, afwijkende geur of kleur);
- - mogelijk asbest aanwezig is op de locatie.
Grond afkomstig uit bodemkwaliteitszones van andere gemeenten
De gemeente Bladel accepteert de bodemkwaliteitskaart van andere gemeenten als milieuhygiënisch bewijs bij hergebruik van grond. Hier worden de volgende voorwaarden aan gesteld:
- - de leverende gemeente beschikt over een geldende bodemkwaliteitskaart die is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten [lit. 3];
- - de leverende gemeente heeft de bodemkwaliteitskaart vastgesteld en het gebruik van grond is vastgelegd in een geldende nota bodembeheer;
- - de termijnen van herziening en geldigheid van de bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer zoals vastgelegd in het Besluit zijn niet overschreden.
Toepassingen van en naar uitgesloten locaties
Uitgesloten locaties zijn locaties waarvoor de bodemkwaliteitskaart geen goede voorspeller is van de bodemkwaliteit. Op deze locaties wordt een betere of slechtere bodemkwaliteit verwacht dan in de omgeving. Op terreinen die zijn opgehoogd met een leeflaag van schone grond is bijvoorbeeld een betere kwaliteit te verwachten. Hierbij moet worden gedacht aan gesaneerde locaties. Een slechtere kwaliteit kan onder meer aan de orde zijn op terreinen die door een puntbron verontreinigd zijn of waar demping met verdacht materiaal heeft plaatsgevonden, de zogenaamde verdachte locaties. Voor het grondstromenbeleid betekent dit het volgende:
- - voor het bepalen van de kwaliteit van grond afkomstig van uitgesloten locaties moet altijd een partijonderzoek worden uitgevoerd;
- - bij toepassingen op uitgesloten locaties moet de bodemkwaliteit met een bodemonderzoek zijn of worden vastgesteld (zie bijlage 5).
De toepassingseis is dan afhankelijk van de aangetroffen bodemkwaliteit en de functieklasse voor de locatie. Als de kwaliteit van de ontvangende bodem niet bekend is mag alleen schone grond (AW-2000) worden toegepast. Dit mag dan ook grond zijn afkomstig van onverdachte locaties uit bodemkwaliteitszones met een gemiddelde kwaliteit AW-2000.