1. Burgemeester en wethouders kunnen een deel of delen van de gemeente
aanwijzen als archeologisch gevoelig gebied.
2. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, wordt
advies gevraagd aan de Monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan
het vragen van dit advies achterwege blijven.
3. Burgemeester en wethouders registreren de archeologisch gevoelige
gebieden op de lijst van beschermde archeologisch gevoelige
gebieden.
4. De gemeentelijke lijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van
aanwijzing, de op een kaart aangegeven gebiedsbegrenzing en een
beschrijving van het gebied met de daarin begrepen cultuurhistorische
en/of archeologische waarden.
5. Burgemeester en wethouders maken het besluit tot aanwijzing tot
beschermd archeologisch gevoelig gebieden binnen 4 weken na de datum van
het besluit bekend.
6. De aanwijzing kan geen gebied betreffen dat is aangewezen op grond
van artikel 3 van de Monumentenwet 1988.