1.. De aansturing van de afzonderlijke afdelingsmanagers door de directie betreft het toetsen op

de voortgang en het monitoren van afspraken in het concernplan, het afdelingsplan en andere

(kaderstellende) afspraken. De directie stelt voor haar twee leden vast wie welke

afdelingsmanagers aanstuurt.

2.. Elke directeur heeft minimaal één keer per 2 weken bilateraal overleg met de afdelingsmanagers

van de aan hem toegedeelde afdelingen. Van dit overleg wordt een verslag

opgesteld.